Zorg

Zorg in Frankrijk, zorg in Nederland

Guido Smoorenburg

Voor veel verdragsgerechtigden, zij die verplicht zorgpremie betalen aan het CAK in Nederland, is de vergelijking Frankrijk-Nederland van directe betekenis omdat zij zich naar keuze in Frankrijk of in Nederland kunnen laten behandelen. Omgekeerd gebeurt het nog wel eens dat Nederlanders met een tweede huis of te gast in Frankrijk, worden geconfronteerd met een spoedeisende behandeling in Frankrijk en daarna aangewezen zijn op voortgezette behandeling in Nederland. Ook dan krijgt men te maken met verschillen in beide landen.

Zorg in Frankrijk en in Nederland

De spoedeisende behandeling in Frankrijk van iemand die in Nederland woont wordt gedekt door de European Health Insurance Card (EHIC). Iedere Nederlandse verzekeraar geeft die kaart uit. Bij hulp in Frankrijk geeft de kaart echter dekking gebaseerd op het Franse zorgsysteem. Slechts een gedeelte van de kosten (60-70%) wordt vergoed en er wordt geen vergoeding gegeven als behandeling plaatsvindt in een niet door de Franse overheid erkende instelling, bijvoorbeeld een particuliere kliniek. De meeste Nederlandse verzekeraars bieden een aanvulling op de dekking van de EHIC. Ga goed na wat die aanvulling inhoudt. In Frankrijk is men gericht op directe betaling of betaling via een Franse verzekeringskaart (Carte Vitale). De EHIC kan men echter niet in plaats van de Carte Vitale aanbieden. Men zal kosten van huisartsbezoek of apotheek zelf moeten voorschieten. Bij ziekenhuisopname moet men direct de Nederlandse verzekeraar inschakelen.*

Daarnaast is er in Frankrijk een groot verschil in de huisvesting van specialisten. Daar waar we in Nederland gewend zijn aan specialisten werkend in een poli van een ziekenhuis vindt men in Frankrijk veel specialisten in hun eigen huisvesting (cabinet). Een voordeel hiervan is dat men de specialist, maar ook laboratorium en radiologische faciliteit, vaak niet ver van huis aantreft. Een nadeel is echter in de praktijk dat de communicatie tussen specialisten nogal eens te wensen overlaat. Binnen een poli vinden artsen elkaar sneller en zijn patiëntgegevens voorhanden. In Frankrijk moet men zelf de resultaten van onderzoek, laboratorium en radiologie bewaren en van de ene arts naar de andere meenemen. De Franse arts is in sterkere mate dan zijn Nederlandse evenknie een zelfstandige ondernemer. Men kan in Frankrijk aanzienlijke verschillen in inrichting van de cabinets aantreffen; van zeer modern tot gedateerd. Een bewaking van het professionele niveau van de meer individueel werkende artsen vindt men in een verplicht nascholingsstelsel. Qua uitvoering lijkt de nascholing echter achter te lopen op het Nederlandse stelsel.
De zelfstandige rol van de arts komt ook tot uiting in het ziekenhuis. Er is duidelijk onderscheid tussen het medisch handelen en de hotelfunctie van het ziekenhuis. De hotelfunctie kan tegenvallen. Het eten kan wat mager van kwaliteit zijn, frisdranken moet men meestal zelf verzorgen en soms moet men zelfs zorgen voor handdoeken in de douche. Ook in het medisch handelen zelf ziet men duidelijke verschillen tussen Frankrijk en Nederland. Technisch medisch staat het handelen in Frankrijk op zeer hoog niveau maar de communicatie met de patiënt kan tegenvallen. Voor veel Nederlanders in Frankrijk is de taalbarrière dan ook een reden om voor behandeling naar Nederland te gaan. Het is echter belangrijk te beseffen dat de Franse arts die barrière ook voelt. De Franse arts kan heel aarzelend zijn in wat hij zegt uit angst verkeerd begrepen te worden. Het verdient dan ook aanbeveling dat een patiënt zich laat vergezellen door iemand die het Franse medische jargon begrijpt. Men zal merken dat de Franse arts dan spraakzamer wordt.
De Franse houding tegenover euthanasie verschilt van die in Nederland. Zie hierover mijn eerdere artikel (ANM-Nieuws juni 2017, ANM website). Wanneer dit onderwerp door de patiënt wordt opgebracht zal de Franse arts zich meestal afkeren van het onderwerp, de voorgenomen behandeling bespreken en de Franse palliatieve benadering benadrukken. Aan pijnbestrijding wordt veel aandacht besteed. Men kan in het ziekenhuis zelfs teksten tegenkomen die wijzen op het recht van de patiënt om geen pijn te hoeven lijden. Denkt men aan euthanasie dan is het is beter om over “endormir” te spreken. Men moet echter voorzichtig zijn met generaliserende conclusies over dit onderwerp. Ik heb meegemaakt dat een Franse arts van mening was dat de patiënt was uitbehandeld terwijl juist een Nederlandse arts vond dat er doorbehandeld kon worden. Ook komt het voor, dat men in een Frans ziekenhuis de actieve levensondersteuning beëindigt zonder dat het woord euthanasie is gevallen.
Daar waar men in Nederland de laatste jaren de thuiszorg wil zien groeien en het aantal verzorgingshuizen reduceert, heeft Frankrijk al lang een zeer goed stelsel van thuiszorg. Men kan altijd rekenen op adequate verzorging en medisch handelen aan huis, zo nodig een aantal keren per dag. Is men ambulant dan vindt men paramedische zorg vlak bij huis. Franse verzorgingshuizen die onder verantwoording van de overheid vallen zijn echter in Nederlandse ogen vaak nogal deprimerend. Bovendien komt men in een Franstalige omgeving terecht terwijl bij het ouder worden de vaardigheid in Franstalige communicatie sterk kan verminderen. Particuliere appartementsgebouwen met medische voorzieningen (médicalisé) vindt men natuurlijk ook in Frankrijk. Men moet dan rekenen op kosten van minstens 3000 euro per maand. Op een enkele plaats lukt het om iets voor Nederlanders onder elkaar op te zetten.
Recent is er een wettelijke ontwikkeling naar meer thuiszorg. Palliatieve medicijnen die tot nu toe slechts in het ziekenhuis mochten worden toegepast kunnen nu ook door een arts thuis worden toegediend. Deze medicijnen worden daartoe verkrijgbaar bij de apotheek. Een arts moet het proces thuis begeleiden. De arts moet zich er ook van vergewissen dat er een bed in een nabijgelegen ziekenhuis beschikbaar is zodat daar zo nodig op kan worden teruggevallen. In Frankrijk overlijdt 80% in een ziekenhuis terwijl 80% thuis zou willen overlijden.
Het komt nogal eens voor dat men probeert zorg in Frankrijk en Nederland te combineren. Voor het medisch handelen kiest met Nederland, in de periodes tussen het medisch handelen geniet men graag van klimaat en ruimte in Frankrijk. Een belangrijk aspect bij deze keuze is dat er slechts één behandelend arts kan zijn. Het is zeker niet vanzelfsprekend dat men een zware ingreep in Nederland laat doen en dat de nazorg dan wel in Frankrijk zal worden gedaan. Tijdige coördinatie tussen de twee zorgverleners is van essentieel belang. Dit geldt trouwens ook omgekeerd wanneer men, na Frankrijk, kiest voor voortgezette behandeling in Nederland. Bij grensoverschrijdende zorg kan men verlangen dat medische verslagen worden vertaald door erkende vertalers. Dit neemt tijd. Tevens moet men er op rekenen dat medicijnen hooguit voor 3 maanden worden uitgegeven en opiaten (verslavende pijnstillers) nooit voor meer dan één maand. Zit men langer in het land waar de behandeling niet plaatsvond dan wordt het moeilijk de noodzakelijke medicijnen te verkrijgen.
Na het lezen van dit stuk kan de indruk ontstaan dat zorg over de grenzen heen veel problemen met zich meebrengt. Ervaringen met mijn hulpverlening hebben me echter geleerd dat het in de praktijk meevalt.

 

*De rol van de EHIC voor verdragsgerechtigden die voor zorg naar Nederland gaan, werd in het maartnummer van het ANM-Nieuws beschreven.