Zorg en zorgverzekering

Woonland­factoren 2023

  • door A.S. van Geuns, vice-voorzitter FANF

Staatscourant NOV 23

De FANF en de Vereniging Belangenbehartiging Nederlands Gepensioneerden in het Buitenland  (‘VBNGB’) pleiten al jaren voor en meer transparantere methode voor het berekenen van de zogenaamde woonlandfactoren. Deze voorgestelde methode is door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegepast voor 2023, maar voor de berekening van de woonlandfactor 2023 is het gemiddelde genomen van de jaren 2021, 2022 en 2023, waarbij voor de eerste 2 jaar de bestaande methode is toegepast (die naar onze mening te hoog was).

Inleiding

In de Staatscourant van 4 november 2022, nummer 29339 heeft de Minister de door hem vastgestelde woonlandfactoren 2023 gepubliceerd. (Zie PDF overheid.nl/ officiële publicaties woonlandfactoren).

In de toelichting valt te lezen dat besloten is de berekeningswijze van de woonlandfactoren aan te passen, en gebruik te maken van data gepubliceerd door de World Health Organisation) (‘WHO’). Dat wil zeggen een systeem van health accounts (‘SHA’), ontwikkeld in samenwerking met de OECD en Eurostat  voor de diverse landen en thuisland Nederland. Gekozen is om uitsluitend het publiek gefinancierde deel in aanmerking te nemen; één van de alternatieven in de CBS-studie gedaan in 2019 (Onderzoek Houdbaarheid Woonlandfactorberekening).  Zie ook de brief van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport van 1 september jl. eerder gepubliceerd op de FANF-website: https://www.fanf.fr/nieuws-met-betrekking-tot-woonlandfactoren/

Nieuwe methode: een vooruitgang

In termen van transparantie en duidelijkheid is dit naar mijn mening een belangrijke vooruitgang, en in lijn met een eerder o.a. door de FANF gedane suggestie. Wel heeft de FANF eerder aangegeven een voorkeur te hebben voor de methode 7 uit dat rapport, een methode die beter aansluit bij de Europese verordening en waarin ook de sociale langdurige zorg meegerekend wordt. Deze methode is niet gekozen  door het Ministerie omdat niet voor alle landen de gegevens beschikbaar waren. Zij zijn echter wel beschikbaar voor alle OECD-landen, waar de overgrote meerderheid van de verdragsgerechtigden woont. Op grond daarvan zou o.i. deze methodiek gebruikt kunnen en  moeten worden.

Consequentie (gedeeltelijke) toepassing nieuwe methode

De uitkomst van de nieuwe berekening voor het jaar 2023 bedraagt voor Frankrijk 0.8109. Deze wordt echter niet direct gebruikt, maar in plaats daarvan een gemiddelde van de vastgestelde factoren over de laatste drie jaar. Daarnaast wordt de woonlandfactor begrensd tot maximaal 1, dit laatste zonder enige consequentie voor Frankrijk.  Deze beide punten werden al aangegeven in de hiervoor geciteerde brief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het doel hiervan is met name grote variaties tussen jaren te dempen, en “onredelijk” hoge factoren te vermijden.

Deze driejaar-gemiddelden kunnen echter op twee verschillende manieren worden berekend: De reeds vastgestelde woonlandfactoren voor voorgaande jaren gebruiken voor de berekening van het drie jaarlijks gemiddelde, of de woonlandfactoren voor voorgaande jaren her te berekenen met de nu ingevoerde methode, en die gebruiken. De gegevens hiervoor zijn in de gebruikte database beschikbaar.

Voor de WLF van 2023 is de eerste variant gevolgd.  Dit heeft tot gevolg dat de o.i. te hoog vastgestelde factoren in de jaren 2021 en 2022 nog enige jaren de woonlandfactoren voor de verdragsgerechtigden in Frankrijk, in ongunstige zin beïnvloeden.

Als variant twee zou worden toegepast voor de berekening van de woonlandfactor voor 2023, zou deze uitkomen op 0.8508 i.p.v. de vastgestelde waarde van 0.8614.

Volgende stap

Al eerder hebben we in een gesprek met de betrokken medewerkers van het ministerie aangegeven dat ons inziens de woonlandfactoren voor 2021 en 2022 te hoog zijn vastgesteld en dat zij met terugwerkende kracht zouden moeten worden aangepast.  Deze aanpassing zou dan ook moeten worden toegepast voor de berekening van het gemiddelde van de woonlandfactoren. Dit zal bij de betreffende afdeling van het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport worden aangekaart.

Print Friendly, PDF & Email