Nieuws Algemeen

Vijf jaar na ‘Charlie Hebdo’ groeit druk op Franse pers/persvrijheid

Persvrijheid in Frankrijk Op de redactie van Charlie Hebdo

zijn er vijf jaar na de aanslag grote zorgen over de persvrijheid in Frankrijk. Journalisten voelen zich ook bedreigd door gele hesjes

Een muurtekening aan de Rue Nicolas-Appert eert de omgekomen redactieleden van het weekblad Charlie Hebdo.
Een muurtekening aan de Rue Nicolas-Appert eert de omgekomen redactieleden van het weekblad Charlie Hebdo. Foto Stéphane de Sakutin/AFP

Het is stil in de Rue Nicolas-Appert, een smalle straat in hartje Parijs. Vanaf een anonieme, hoge gevel in geel stucwerk grijnzen elf gezichten de spaarzame voorbijgangers toe. Boven hun hoofden prijkt de gevleugelde tekst JeSuisCharlie. Eronder een citaat van striptekenaar Charb, toenmalig hoofdredacteur van weekblad Charlie Hebdo, eindigend met: „Ik sterf liever rechtop dan te leven op mijn knieën”.

Stéphane ‘Charb’ Charbonnier was een van de medewerkers van het satirische blad die hier op 7 januari 2015 werden vermoord. Er vielen twaalf doden, onder wie ook een agent op straat. Gedood door de kogelregen afkomstig uit de kalasjnikovs van de geradicaliseerde pizzabezorger Chérif Kouachi en diens broer Saïd.

De stilte rond het redactielokaal is schijn. Vijf jaar na de terreurdaad stromen de bedreigingen op de redactie van Charlie Hebdo nog dagelijks binnen. Op 31 december publiceerde het blad een macabere bloemlezing. Een open doodskist met de tekst: „Het nieuwe redactielokaal van Charlie Hebdo in 2020”. Een plaatje van wapens met het advies deze „op uzelf te richten voor maximaal effect”. Een voorspelling van een nieuwe, dodelijke aanslag „over uiterlijk 1 maand”.

Haatberichten vormen dagelijkse realiteit voor het blad dat wereldwijd bekendstaat om zijn provocerende cartoons over religie en politiek.

In juli nog veroordeelde een Parijse rechtbank de 20-jarige Sami B. tot vier maanden cel, werkstraf en schadevergoeding voor doodsbedreigingen van voormalig Charlie Hebdo-journalist en islamcriticus Zineb El Rhazoui. In 2017 ontving de redactie zulke ernstige bedreigingen – naar aanleiding van een cartoon van de omstreden islamfilosoof Tariq Ramadan – dat de politie een onderzoek begon. Maar niet alleen uit islamitische hoek krijgt het blad kritiek.

Deze dinsdag verschijnt de eerste editie van 2020. Vervroegd, om samen te vallen met de dag van de aanslag en deze op eigen wijze te gedenken. Want Charlie Hebdo zou zijn reputatie als vlijmscherp medium niet waarmaken als het niet ook een boodschap de wereld in te slingeren heeft.

Lees ook Interview met schrijver Zineb El Rhazoui, die de aanslag overleefde

Het nummer is gewijd aan de „nieuwe vormen van censuur” waar de krant tegen strijdt. „Gisteren zeiden we ‘shit’ tegen God, leger, kerk en staat. Vandaag moeten we leren om ‘shit’ te zeggen tegen tirannieke verenigingen, navelstaarders, bloggers die ons op de vingers tikken als kleine leraren”, schrijft hoofdredacteur Laurent ‘Riss’ Sourisseau in het hoofdartikel. Hij werd bij de schietpartij in zijn schouder geraakt. Oud-medewerker Patrick Pelloux stelde dat in Frankrijk inmiddels „een vorm van zelfcensuur” heerst rond de (politieke) islam. In een column naar aanleiding van de Dag van de Persvrijheid in mei riep Sourisseau journalisten wereldwijd op niet toe te geven aan druk in het gepolariseerde politieke debat. „Journalisten moeten vrij zijn hun opinies te uiten. Zeker wanneer hun overtuigingen tegen de heersende machten ingaan”.

Persvrijheid onder druk

De krant is niet de enige met zorgen over de persvrijheid in Frankrijk. De gespannen verhoudingen liggen niet alleen in religieuze hoek. In zijn laatste index plaatste Reporters Without Borders (RSF) het land op een 32ste plaats op de wereldranglijst; de in Parijs gevestigde organisatie signaleerde in 2019 „ongekend geweld” en een „gevaarlijke toename” van het aantal aanvallen tegen journalisten. Dat hangt volgens RSF niet zozeer samen met religie, als met de ‘gelehesjesbeweging’. De Franse oorlogsfotograaf Véronique de Viguerie die de demonstraties versloeg, stond verbaasd over het geweld van zowel politie als demonstranten. „We krijgen het gevoel de zondebok te zijn van al deze mensen”, zei ze tegen Radio France Inter.

Lees ook Waarom er in Frankrijk altijd zoveel gewonden vallen bij rellen

Uit journalistieke hoek klinkt ook kritiek op het beleid van president Emmanuel Macron, dat er volgens sommigen op gericht is journalisten de mond te snoeren. Afgelopen jaar verhoorde de Franse geheime dienst journalisten van het Franse onderzoeksplatform Disclosure na onthullingen over de inzet van Franse wapens in de oorlog in Jemen.

Acht andere journalisten, onder wie een directeur van Le Monde, werden gehoord wegens vergelijkbare berichtgeving. RSF sprak naar aanleiding van de incidenten van een „aanval op onderzoeksjournalistiek” door de geheime dienst.

De cartoonisten aan de Rue Nicolas-Appert tekenden sinds 2015 stug door, maar de moordpartij heeft een diep trauma geslagen dat ze verwerkten in memoires. „De eerste jaren hebben we ons opgesloten en durfden we de interactie met het publiek niet altijd aan”, zei Sourisseau onlangs in een interview. „Uit veiligheidsoverwegingen, maar zelf waren we er misschien ook nog niet klaar voor.” Net als verschillende andere collega’s vatte hij zijn trauma in een boek: ‘Eén minuut en 49 seconden’ dat zijn naam ontleent aan het tijdsbestek van de aanslag. Hij droeg het op aan de „onschuldigen, levenden, doden of gekken”. Op de omslag een detail uit zijn lievelingsschilderij: een van angst opengesperd paardenoog.

Correctie (8 januari): in een eerdere versie stond dat er elf journalisten omgekomen zijn. Het betreft acht medewerkers van Charlie Hebdo, een gast van tekenaar Cabu, de bodyguard van cartoonist Charb en een onderhoudsman. Daarnaast werd nog een agent vermoord op straat.

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter