Nederlandse interviews

Stein van Oosteren : van filosoof tot fietsactivist

Stein Van Oosteren, porte-parole du collectif velo Ile de France; Photo Valenin Cebron

Foto Valentin Cebron

  • door Nanno Wams

Deze zomer had de FANF een zeer interessant gesprek met Stein Van Oosteren, in het dagelijks leven attaché bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de UNESCO in Parijs en in zijn vrije tijd woordvoerder van het collectief “Vélo Île-de-France”. Ons gesprek gaat over deze laatste activiteit van Stein.

Het door Valéry Pécresse (de eerder dit jaar herkozen Président van de regio Île-de-France) geïntroduceerde fietsplan (RER V) is uitgedacht door het collectief Vélo Île-de-France en aan haar gepresenteerd in 2019. Dit fietsplan omvat een RER-netwerk dat in feite een kopie is van het RER-treinennetwerk in de regio Parijs. De invoering van dit fietsplan is in een stroomversnelling geraakt door de Covid 19 crisis die het gebruik van de RER moeilijk maakte door de sanitaire maatregelen. Het RER V netwerk omvat 9 trajecten van in totaal 650 kilometer en het plan is dat dit voltooid zal zijn in 2030. Vier van de trajecten zullen voltooid zijn in 2024, het jaar van de Olympische Spelen in Parijs. De regio Île-de-Frace heeft al 300 miljoen euro investeringen toegezegd ter verwezenlijking van het plan.

In zijn hoedanigheid van woordvoerder van het collectief “Vélo ïle-de-France” wordt Stein geregeld geïnterviewd en geciteerd in de nationale en internationale pers (in juni jl. onder andere geïnterviewd door Simon Kuper in de Financial Times).

De FANF kan dus niet achterblijven !

Dit jaar kwam Steins boek « Pourquoi pas le vélo? Envie d’une France cyclable » uit bij uitgeverij Editions Ecosociété (persoverzicht hier.) De FANF ontmoet Stein vlak voor een signeersessie in een boekhandel ter promotie van zijn boek.

Stein vertel eerst iets over jezelf:

“In 1996 ben ik naar Frankrijk (‘het land van de filosofen’) gekomen, om na mijn filosofie opleiding in Nederland, in Parijs een proefschrift filosofie te schrijven.

Na mijn afstuderen heb ik verschillende baantjes gehad omdat ik de Franse taal en cultuur goed wilde leren kennen. In 2002 ben ik bij de Nederlandse ambassade gaan werken als assistent van de politie-attaché. Sinds 2011 werk ik bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging van de UNESCO. Ik ben daar verantwoordelijk voor de afdeling ‘Wetenschap’ en institutionele zaken.”

En hoe ben je woordvoerder bij het collectief ‘Vélo Île-de-France’ geworden ?

Toen ik in 2006 van Parijs naar Fontenay-aux-Roses verhuisde, een voorstad van Parijs, wilde ik me nuttig maken voor de stad. Ik ben toen lid van het « Comité des Habitants » geworden, een inspraakorgaan voor burgers. Omdat er spanningen waren tussen de bewoners en het gemeentebestuur over het functioneren van het gemeentebestuur – de inwoners voelden zich niet gehoord – besloten we daar een positieve draai aan te geven. We richtten een werkgroep op die samen met het gemeentebestuur aan een onderwerp zou gaan werken, om zo het vertrouwen terug te winnen. Ik stelde toen voor om een werkgroep op te richten om de stad fietsvriendelijk te maken. Daaruit is in 2017 de vereniging Fontenay-des-Roses au Vélo (FARàVélo) voortgekomen waarvan ik de oprichter-president ben. Deze initiatiefgroep heeft als doel om de (veilige) fietsmobiliteit in mijn woonplaats te vergroten.

Ik ontdekte al snel dat er in omringende steden ook fietsverenigingen waren. Omdat mobiliteit niet een puur lokale aangelegenheid is – ik fiets bijvoorbeeld meer buiten mijn stad dan binnen de stad – nodigde ik 18 fietsverenigingen uit om kennis te maken. Dit was zo’n succes dat we besloten om een collectief voor de hele regio op te richten, een soort “fietsersbond” van de regio Parijs. Doel is dat de fietsmobiliteitsaanhangers met één stem spreken en daarnaast geeft het collectief (technische) ondersteuning aan de lokale overheden. Het collectief is gesprekspartner op het gebied van fietsmobiliteit voor overheden zoals de regio Île-de-France, de metropool Grand Paris en het Departement Saint Denis en bestaat er intensief contact met de stad Parijs. Het collectief heeft 3 full-time medewerkers in dienst en rekruteert momenteel nieuwe medewerkers. Gezien mijn betrokkenheid bij het ontstaan van het collectief en mijn affiniteit met communicatie, werd ik gevraagd om daarvan de woordvoerder te worden.”

En vandaar naar het initiatief RER V :

“ Het RER V ontwerp, een fietsplan, naar het voorbeeld van de klassieke RER treintrajecten, hebben we gepresenteerd aan de verschillende regionale overheidsinstanties en in mei 2020 werd het geaccepteerd door de regio Île-de-France.

Het heeft aan actualiteit en urgentie gewonnen door de Covid epidemie waardoor het openbaar vervoer per RER tussen de Parijse buitenwijken en het stadscentrum aan sanitaire beperkingen onderworpen was. Het betrof een enorm probleem: normaal gesproken vinden er in de regio Île-de-France dagelijks 10 miljoen vervoersbewegingen met het openbaar vervoer plaats (25% van het totale vervoersvolume). Het fietsenplan biedt een geloofwaardig alternatief voor een groot deel van dit openbare vervoersvolume, onder voorwaarde dat er snel een veilig fietsnetwerk komt ».

Men krijgt het idee dat Frankrijk in vergelijking met Nederland aan een inhaalrace bezig is om het gebruik van de fiets als dagelijks  vervoermiddel te promoten. Hoe komt dat?

“In geheel Europa, ook in Nederland én Frankrijk, is na de Tweede Oorlog het gebruik van de fiets als dagelijks vervoermiddel sterk teruggelopen ten gunste van het gebruik van de auto. In Frankrijk werd dit effect versterkt door de ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaand openbaarvervoersnetwerk (het metro-systeem in Parijs dateert uit 1900), waardoor men minder afhankelijk van de fiets was. Daarnaast is de leeftijd waarop jongeren met een ‘cyclomoteur’ (brommer) mogen rijden 14 jaar in Frankrijk en 16 jaar in Nederland, waardoor veel jongeren nooit de fiets zijn gaan gebruiken toen ze naar het voortgezet onderwijs gingen.

In Nederland kwam de kentering ten gunste van de fiets midden jaren zeventig. Een spraakmakend dodelijk fietsongeval van het dochtertje van de Nederlandse journalist Vic Langenhoff en de ‘autoloze zondagen’ als gevolg van de oliecrises maakten dat de Nederlandse regering in 1974 met een landelijk plan kwam om het transport per fiets te bevorderen.

Een soortgelijke ontwikkeling doet zich voor in Frankrijk maar alleen 40 jaar later…. In 2016 keert de Franse publieke opinie zich steeds meer tegen de onveiligheid in het verkeer in het algemeen : 9 doden en 65 zwaargewonden per dag ! Verschillende fietsorganisaties lanceren de beweging ‘Mijn fiets is een leven’ uit woede over het overlijden van fietsers. De sterk stijgende energieprijzen die voor een groot deel van de Franse bevolking in 2018 niet langer acceptabel zijn zorgen ook voor maatschappelijke onrust (‘les gilets jaunes’) waarvoor de trein en de fiets oplossingen vormen.

Net zoals in Nederland, maar 44 jaar na dato, bleef ook in Frankrijk een politiek antwoord niet uit. In 2018 kondigde de toenmalige Minister-President van Frankrijk, Edouard Philippe, een nationaal fietsplan aan, met het doel het aantal fietstrajecten per 2024 te verdrievoudigen. Voor het eerst kreeg Frankrijk een nationaal fietsplan met een investeringsbudget: 350 miljoen euro voor 7 jaar.

De Corona-crisis heeft deze ontwikkeling in Frankrijk alleen nog maar in een stroomversnelling gebracht: ineens bleek 350 miljoen euro niet voldoende om aan de fietsbehoefte te voldoen. De regering lanceerde diverse noodplannen om zogenaamde “coronapistes” te financieren: een chèque van 50 euro om je fiets te laten repareren, en 101 miljoen euro overheidssubsidie in 2021 om de tijdelijke fietspaden definitief te maken.”

Wat zie je als knelpunten om al deze plannen, op regionaal niveau (Île-de-France) en op nationaal niveau te verwezenlijken ?

“Alles gaat op dit moment erg snel en de verwezenlijking van deze plannen, in een zeer kort tijd bestek, brengt vele diepgaande veranderingen met zich mee. Om te beginnen moeten fietsers en automobilisten aan elkaar wennen, want voor het eerst rijden er op sommige wegen in Parijs nu meer fietsers dan auto’s! Een obstakel voor deze veranderingen is de complexe territoriale bestuursstructuur die Frankrijk kent: het is lastig om alle competente autoriteiten om de tafel te krijgen om een compleet fietsnetwerk te bedenken en te valideren. De toegevoegde waarde van het Collectif Vélo Île-de-France is om deze “millefeuille” (een gebakje dat uit diverse lagen bestaat) te overwinnen door als burgers zelf deze globale visie te ontwikkelen.

De verkeersveiligheid voor de fietsers is een zeer belangrijk thema: het aantal dodelijke slachtoffers van fietsers bij verkeersongevallen is in Frankrijk verhoudingsgewijs 30 maal hoger dan in Nederland. Om dit cijfer te drukken zijn vele maatregelen nodig: de aanleg van fietspaden die gescheiden zijn van het gemotoriseerde verkeer, het transitverkeer om de stadscentra leiden, zogenaamde “Nederlandse kruispunten” aanleggen waar fietsers niet meer met de auto naar links rijdt maar zijn eigen, veilige traject volgt, bij de rijopleiding van automobilisten meer nadruk leggen op de verkeersregels die specifieke rechten geven aan fietsers, strengere sancties bij het overtreden van regels ter bescherming van fietsers, enzovoort…. De mentaliteitsverandering is de langste weg. Veel Fransen zien de fiets niet als TRANSport maar als sport (Tour de France!), en vaak zien ze de fiets ook als een achteruitgang, iets dat je doet als je geldproblemen hebt.

Vergelijkbaar met de Nederlandse Fietsersbond lobbyt de « Fédération des usagers de la bicyclette » (‘FUB’) bij de Franse overheden om het veiligheidsaspect van fietsers als een prioriteit te behandelen. Ook ons collectief Vélo Île-France geeft technische veiligheidsadviezen aan de lokale overheden in deze regio”.

Wat zijn jullie volgende stappen?

“Ons doel is nu om samen met de regio de realisering van de RER V fietspaden uit te voeren. Dat is uniek: wij als burgercollectief leiden samen met de hoogste autoriteit uit de regio de vergaderingen waarin wij met alle stakeholders over de route praten. Maar met het bouwen van een fietspadennetwerk alleen kom je er niet, je moet ook een debat over de fiets “bouwen”. Dat is wat ik in de komende maanden ga doen, door met mijn boek, de sociale media en de Nederlandse documentaires “Why we cycle” en “Together we cycle” de fiets in het publieke debat te brengen. Een bijzonder interessante ervaring voor mij als filosoof, want voor mij gaat het niet zozeer om de fiets, maar om onze capaciteit onze huidige manier van bewegen en leven ter discussie te stellen. In die omwenteling van het denken valt nog een wereld te winnen die veel verder gaat dan de fiets!”

Stein, namens de FANF hartelijk dank voor dit interview en veel succes met jouw ‘transformerende’ initiatief !