Nieuws Algemeen

Paris – Cité de la Musique

Als Nederlanders doet het ons goed te weten dat het Concertgebouw één van de beste zalen van de wereld heeft. Maar sinds enige jaren heeft Parijs een zaal die de fantasie te boven gaat.

Het Concertgebouw in Amsterdam en de Musikverein in Wenen hebben concertzalen die geroemd worden om hun goede akoestiek. Beide zalen worden gekenmerkt door een eenvoudige vorm, die van een schoenendoos. Een zaal als een schoenendoos is echter geen garantie voor een goede akoestiek. Bij de herbouw van het Konzerthaus in Berlijn na de tweede wereldoorlog bleek de schoenendoos tegen te vallen. De doos kan als voordeel hebben dat de zijwanden het geluid van het orkest vrij ongehinderd opvangen en vervolgakoestiekens naar het oor van de luisteraar reflecteren. Daartegenover staat dat tussen de evenwijdig lopende wanden resonanties kunnen ontstaan die het geluid verkleuren. De oude concertzalen hebben veel ornamenten en nissen langs de wanden die sterke resonanties voorkomen, de nieuwere zalen zijn strakker van opzet met als gevolg nadelige resonanties.

Manfred Schroeder, bij leven hoogleraar in Göttingen en werkzaam bij Bell Labarotories in de VS, heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de factoren die van invloed zijn op de akoestiek van zalen. Hij liet zien hoe belangrijk het is om wanden te hebben die onregelmatig van oppervlak zijn. Met wiskundig-fysische analyses kwam hij uit op de toepassing van blokvormige structuren met verschillende diepten. Deze structuren zijn op basis van zijn werk in nieuwere zalen toegepast. Maar architecten waren niet tevreden met zijn oplossing. Met nieuwe materialen en constructietechnieken ging men oplossingen zoeken waarbij de schoenendoos werd verlaten. Een mijlpaal op dit gebied werd de Philharmonie van Berlijn (ook wel bekend als Zirkus Karajani). Maar sinds 4 jaar heeft Parijs een concertzaal die nu gezien mag worden als de climax van deze ontwikkeling, een zaal die de fantasie te boven gaat.

Wat waren de uitgangspunten bij het ontwerpen van de Philharmonie van Parijs?

Men wenste een zaal met 2400 stoelen, modificeerbaar tot 3700 plaatsen met staanplaatsen op de begane grond, met 120 orkestplaatsen en plaats voor koren. Met een inhoud van bijna 30000 m3 mocht de afstand van orkest tot bezoeker hoogstens 32 meter bedragen. Het publiek moest rondom het orkest kunnen zitten, aangeduid als “en-vignobles”. De zaal moest geschikt zijn voor klassieke muziek en voor populaire en volksmuziek waarbij elektronische versterking mogelijk moest zijn. Dit betekende een regelbare nagalmtijd. Tenslotte zou de zaal een groot orgel moeten kunnen herbergen.

Wanneer men door een smalle donkere gang, een geluidssluis, de zaal binnenkomt, is de indruk overweldigend. De zaal toont immens groot maar is tegelijkertijd heel vriendelijk. Balkons lijken in de lucht te zweven. Dat doen ze ook bijna. Ze slingeren zich langs de zaalwanden en vormen een speels geheel met de reflectoren; alles in geel tot zandkleurige tinten. Van het orgel zien we niet veel. Enkele pijpen staan voor een wand maar de meeste staan verscholen achter jaloezieën waarmee de geluidssterkte vanaf de speeltafel kan worden geregeld. Voordat men zich in zeer comfortabele stoelen laat zakken valt het op dat men tussen alle gebogen lijnen geen moeite heeft om rechtop te blijven staan. Pierre Boulez, naar wie de zaal is vernoemd, kan trots zijn op zijn hartenwens. We kennen hem voornamelijk als dirigent maar hij heeft ook een grote rol in Frankrijk gespeeld in de ontwikkeling van eigentijdse muziek en als directeur van het IRCAM (Institut de Recherche et Coördination Acoustique/Musique) in de ontwikkeling van akoestiek in relatie tot muziek. (Men vindt het IRCAM naast het Centre Pompidou.)

De akoestiek van de Philharmonie is ontwikkeld met behulp van een schaalmodel van 1 op 10. Men heeft precies de gewenste nagalmtijd bereikt van iets meer dan 2 seconden.  Voor een orgel wat aan de lage kant. De nagalmtijd van de Notre Dame is wel 10 seconden. Ik miste wel wat nagalm in het geluid van het orgel maar daar staat tegenover dat het geluid zeer transparant is. De nagalmtijd kan voor elektronisch versterkte muziek verkort worden met verschuifbare gordijnen langs de wanden. De gordijnen bevinden zich achter de balkons. Tussen de zwevende balkons en de wanden bevinden zich grote ruimten die normaal bijdragen aan het geluid. Deze bijdrage kan worden gereduceerd met de gordijnen. Daar waar bij de schoenendozen het geluid achter in de zaal minder goed wordt door een langere nagalmtijd en mogelijk echo’s heeft men in de Philharmonie, naar eigen zeggen, bereakoestiekikt dat de verschillen in geluidssterkte en -kwaliteit van plaats tot plaats onmerkbaar klein zijn. De pers is unaniem enthousiast over de akoestiek maar ik heb begrepen dat er toch nog wel wat aan wordt verbeterd. Zelf kreeg ik het gevoel tijdens een orgelconcert dat de zaal voor solisten moeilijk bespeelbaar moet zijn. Het plafond is wel erg hoog en de reflectoren die het geluid naar beneden naar de musici moeten stralen hingen op wel 15 m hoogte. Maar daar is natuurlijk in voorzien; men kan ze laten zakken tot 9 meter hoog.

De Philharmonie ligt in het Noordoostelijke gedeelte van Parijs tegen de Blvd Périphérique aan met als gevolg dat er extreem zware eisen aan de geluidsisolatie moesten worden gesteld. Met een zogenaamde doos-in-doos constructie waarbij de binnendoos qua geluid geïsoleerd wordt van de buitendoos werd een geluidniveau bereikt dat tegen de gehoorgrens aan ligt. Dit zal aan het luchtbehandelingssysteem ook hoge eisen hebben gesteld. Het Noordoostelijke gedeelte van Parijs is niet het deftigste gedeelte van de stad. Men heeft met opzet die locatie gekozen om het leven in dat gedeelte van de stad wat te veraangenamen. Direct naast de Philharmonie vindt men het Cité de la Musique, een centrum met een zeer uitgebreid museum van muziekinstrumenten, een tweede concertzaal, een ruimte voor wisselende exposities en een conservatorium. En of dat niet genoeg is vindt men vlakbij de Grande Halle, vroeger een veemarkt en verzameling slachthuizen, tegenwoordig een grote expositieruimte waar tot 15 september de expositie Toetanchamon, de Schat van de Farao’s wordt gehouden; een unieke kans om wonderlijke vondsten uit zijn graftombe te zien. Dit alles vindt men in het Parc de la Villette waar zich ook nog het grootste wetenschapsmuseum van Europa bevindt (Cité des Sciences et de l’Industrie), een IMAX bioscoop en de concert-arena Zénith. Het park is vanuit centrum Parijs eenvoudig te bereiken met metrolijn 5, halte Porte de Pantin.

Bron: Guido Smoorenburg

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter