Nieuws Algemeen

Occitaans Dagboek
december 2021

Indonesia on the globe

  • Door: Frits Baylé.

LS! Een beetje vroeg, dit december Dagboek. En eigenlijk maar één onderwerp: het verlies van Indië en daaruit voortvloeiend het ontstaan van onze wereld. De wereld waarin wij leven. Misschien dat het u straks, onder de boom, stof tot nadenken geeft…FB.

De gordel van smaragd.

In juli van dit jaar schreef ik enthousiast over het boek ‘Kapitein Raymond Westerling. Mythe en Werkelijkheid’ door Bauke Geersing, uitgegeven bij Uitgeverij Aspekt. Dat enthousiasme is er nog steeds. Ik denk dat met een vloed aan literatuur en primaire bronnen, werd aangetoond dat rond het optreden van Westerling tijdens een zevental militaire acties die niet meer dan 388 levens hebben gekost, op Zuid-Celebes in een tijdsbestek van iets meer dan anderhalve maand (11/12/1946 tot 14/2/1947), veel kwalijke mythes zijn gevormd.
In ieder geval zijn er geen 20.000 tot 40.000, of ook wel 1534 of 5182 ‘moorden’ door hem en zijn mannen gepleegd. Ja, op basis van het standrecht kwamen 388 van terreur verdachte Indische dorpelingen om als antwoord op de Republikeinse rood-witte-terreur. In een guerrillaoorlog dus, die zowel aan de Republikeinse als de Nederlandse kant veel wreedheden kende. Vooral onderluitenant Vermeulen en de KNIL-officieren Stufkens en Rijborz zouden buitengewoon hard zijn opgetreden. Maar toen Westerling afscheid nam op 3 maart 1947 organiseerde de inlandse bevolking ter ere van hem spontaan een volksfeest. En op 14 januari 1949 werd hem eervol ontslag verleend met een ‘bijzondere tevredenheidsbetuiging’. Op 28 december 1949 volgt dan de soevereiniteitsoverdracht.
Ik ben nu weer opgetogen over een boek dat, veel breder, de historie van Indonesië beschrijft, vanaf het kolonialiseren door de VOC in 1605 tot de ‘Azië-Afrika Conferentie’ in 1955 in Bandung, waarbij de niet-westerse wereld voor het eerst de krachten bundelde zonder het Westen daarbij te betrekken. Een conferentie die volgens het boek indirect heeft geleid tot wat nu de Europese Unie is.
Dat boek, ‘REVOLUSI. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld’ is weer een dikke pil die leest als een roman, door de vele interviews die fantastisch knap gemengd werden met de lijn der geschiedenis en daardoor die geschiedenis nog beeldender, begrijpelijker en beter gedocumenteerd maken. De schrijver: de Vlaming David van Reybrouck. De uitgever: De Bezige Bij.
Ook in dit boek ligt de nadruk op de dekolonisatie van dit op drie na grootste land ter wereld met qua bevolking het grootste aantal Moslims. Het laat Nederland van zijn slechtste kant zien: van slavenhandel tot de onderdrukking van de inlandse bevolking, van uitbuiting tot uithongering, van corruptie tot het negeren van de tand des tijds. Maar als na de soevereiniteitsoverdracht, in Indonesië het Russische communisme onstuimig tot de op twee na grootste partij uitgroeit, vraagt president Eisenhower in 1954: “why in the hell did we ever urge the Dutch to get out of Indonesia!”.
Dat alles en ook later in het boek over het Amerikaanse imperialisme lezend, voelde ik en het irriteerde me, een soort leedvermaak van de buitenstaander. In Geersings werk kreeg ik dat gevoel van “gelukkig, ’t was allemaal niet zo erg”. Maar het niet congruent zijn van imago en werkelijkheid van beide naties, dat Van Reybrouck vertaalde en volgde, in een wat meewarige toon, nam dat gevoel totaal weg. Terwijl hij juist met zoveel openheid de geschiedenis benadert. En omdat ik geen reden heb zijn verslag van de geschiedenis te wantrouwen, hoewel exacte cijfers nog steeds heel schaars zijn, denk ik dat mijn Nederlandse ogen toch moeilijk die kritische houding ten aanzien van ons (historisch) handelen aan kunnen…
Het gekke is dat ondanks alles dat er fout ging er tegelijkertijd bij ons zo’n nauwe emotionele band met het land bestond. ‘De gordel van smaragd’ was een soort romantische, tropische vorm van de Waddeneilanden! Wisten we veel! Hoewel: ik kende de namen van de eilanden uit mijn hoofd, zoals ik ook de namen van het rijtje veenkoloniën in Groningen uit m’n hoofd kende… Wat we ook wisten, was dat ‘ons Indië’ onze staatskas, maar ook onze particuliere portemonnee door de eeuwen heen spekte.
En wat de ‘slachting’ tijdens de ‘dekolonisatie’ betrof: wij verloren 4600 tot 5300 manschappen en volgens sommigen ook nog 5000 tot zelfs 20.000 burgers, waarvan ongeveer de helft door ziekten of ongevallen stierf. Aan Indonesische kant waren dat 97.000 levens. Althans volgens de optekeningen van het Nederlandse leger, maar het zouden er ook wel eens veel meer kunnen zijn geweest. Sowieso niet mis dus, maar de Japanse overheersing, die overliep in deze dekolonisatieoorlog, kostte aan zeker 4000.000 mensen het leven, waaronder 200.000 slachtoffers van gevechtshandelingen. Maar het overgrote deel kwam om door de hongersnood die de Jappen veroorzaakten…Niet dat die cijfers, de onze vergoelijken…

Vreedzame oplossingen werden verkwanseld.

Toen er kans was op een vreedzame manier de dekolonisatie op te lossen, was het vooral de onvoorstelbare politiek van Beel, Romme en ook Drees, vertelt het boek, die het compromisverdrag van Linggajati met de republikeinen verrommelden. Door het verdrag zouden we het gezag van de Republiek op Java en Sumatra erkennen. Een hele concessie: het ging immers om 85% van de bevolking. Maar nog belangrijker… de tabaksplantages en olievoorraden bevonden zich daar! Maar daarvoor zouden de twee eilanden deel uitmaken van de ‘Verenigde Staten van Indonesië’, een federatie die ook Borneo en alle andere eilanden, ‘de Groote Oost’, zou omvatten. En die federale constructie zou weer deel uitmaken van de Nederlands-Indische Unie onder leiding van… de Kroon! Die Unie omvatte dus naast Nederland, ook Suriname en de Nederlandse Antillen waarmee het staatsverband zou worden gered. Op 25 maart 1947 tekende Schermerhorn dit pact dat hij bevochten had op Sjahrir en waar Soekarno en Hatta mee akkoord gingen in een meegaandheid die hen al die lange jaren kenmerkte.
Den Haag was echter zo verdeeld over het verdrag dat, of all people, oud-premier Gerbrandy een militaire staatsgreep tegen de socialisten met hun antikolonialisme plande. Dit lekte echter uit en waaide over. Maar de naoorlogse armoede bleef en de Marshallhulp uit Amerika startte pas in 1948. Ook onze militaire strijdkrachten in Indië, die daar nog steeds verbleven, in afwachting van het eerst op 1 januari 1949 ingaan van het verdrag, kostten meer dan 3miljoen gulden per dag!
Snel door de bocht, om een zeer rommelige en vaak bloedige periode kort te houden: op 17 juli 1947 werd het akkoord ongeldig verklaard en drie dagen later begon met 100.000 militairen de Eerste Politionele Actie. Nederland veroverde met grote voortvarendheid weer de eerder verloren gegane eilanden. Dat wil zeggen de voornaamste wegen op die eilanden met een kleine strook daarlangs. En dat terwijl Schermerhorn een overeenkomst met de republikeinen had afgesloten en zeker de helft van het Nederlandse volk tegen militair ingrijpen was. Trouwens Indonesië is domweg te groot om met een ‘politionele actie’ te veroveren, hoewel Spoor dit wel zo in Nederland wist te verkopen.
Dit neo-imperialisme werd door Amerika getolereerd omdat in de hele wereld en ook in Indonesië het communisme oprukte en de re-kolonisering door Nederland ervoor kon zorgen dat die opmars althans daar, zou worden tegengehouden. Maar het waren Soekarno en Hatta en niet de Nederlanders, die in 1948 het communisme genadeloos neersloegen.
Maar het tij was gekeerd. De ‘wereld’ keerde zich tegen het kolonialisme. Toch werden de nieuwe vredesonderhandelingen, nu op het Amerikaanse marineschip Renville door de bevooroordeelde scheidsrechter, Amerika, voor Nederland een overwinning. De Republikeinse troepen moesten zich terugtrekken, Nederland behield de soevereiniteit over geheel Indonesië en de ‘Verenigde Staten van Indonesië’ moesten deel uitmaken van een Unie met Nederland.
Dit neokolonialisme leidde tot groot verzet van de Republikeinen, dat een Tweede Politionele Actie tot gevolg had. Door het anticommunisme van Soekarno veranderde Amerika van standpunt en dreigde Nederland met het staken van de Marshallhulp. Hetgeen de Nederlandse troepen niet tegenhield verder op te trekken. Yogyakarta werd zelfs weer ‘bevrijd’ en Soekarno en Hatta werden gearresteerd. Zodat op de dag (1 januari 1949) dat in het Linggajati-akkoord overeengekomen was dat het land teruggegeven zou worden, zij in de gevangenis zaten!

Alleen op de wereld.

Maar langzamerhand keerde de hele wereld zich tegen ons land. Alleen Frankrijk met Afrikaanse en Aziatische kolonies en België met Congo stonden nog achter het Nederlandse kolonialisme. Toen niet alleen de Marshallhulp, maar ook ons bondgenootschap in de net opgerichte NAVO en daarmee ook de bijbehorende financiële fondsen op de tocht kwamen te staan, ging Nederland door de knieën. Op 28 december 1949 tekenden koningin Juliana met vicepresident Hatta in Amsterdam de Soevereiniteit overdracht. In Yogyakarta werd die dag Soekarno als president van heel Indonesië geïnstalleerd.
Opmerkelijk was nog wel dat op 23 januari 1950 Westerling met 300 soldaten,
voornamelijk Ambonezen, een militair hoofdkwartier in Bandung veroverde om van daaruit een staatsgreep in Jakarta te plegen en de onafhankelijkheid terug te draaien. Een actie die honderd doden opleverde en wat media-aandacht. De Hoge Commissaris van de Nederlands-Indonesische Unie hielp de rebellie neer te slaan. En minister-president Drees gaf toestemming Westerling te laten ontsnappen naar Singapore. Deze escapade, die buiten Geersings studie viel, laat echter duidelijk zien dat Nederland niet uit was op ‘vrede en rust’ als basis voor een dekolonisatie. Het ging gewoon al die jaren om keiharde financiële belangen.
In Van Reybroucks boek komen we ook niet de gewelddadige bendes tegen, ontstaan uit armoede en onvrede, die Westerling bestreed. Wel noemt hij de ‘pemoeda’s’ zeker twee miljoen jongeren, verspreidt in politiek gemotiveerde Republikeinse gewelddadige bendes, ontstaan onder en gemotiveerd door de Japanners in de laatste fase van hun bezetting en bang voor Amerikaanse repercussies. Toen die niet kwamen trokken zij gedesillusioneerd en gewapend met bamboesperen en stokken door het land en keerden zich niet alleen tegen alles dat Nederlands was, maar ook tegen de inlandse bevolking die zich vaak achter de regionale vorsten schaarde en niets moest hebben van de Republikeinse gedachten.
Beschamend was wel, dat wij de jonge republiek, geteisterd door drie eeuwen onderdrukking, bijna tien jaar lang oorlog, geweld en honger, zijn zelfstandigheid lieten kopen voor, omgerekend in euro’s van nu, 103 miljard euro! Soekarno loste dit bedrag jaarlijks af tot op de laatste 20% na. Die aflossingen, plus de Marhallhulp, plus de fiscale inkomsten van de Nederlandse bedrijven in Indonesië, plus de uitgespaarde wederopbouwkosten van ‘ons Indië’ kwamen neer op 23miljard gulden, wat wel 8% van ons GDP in de jaren 1949 tot 1960 betekende!
Begin 1950 woonden er nog zo’n 226.000 Nederlanders in Indonesië, in 1957 waren dat er nog maar 50.000. Van 1950 tot 1962 kwamen in totaal 286.000 mensen van Indonesië naar Nederland, meldt Van Reybrouck. Maar hij schrijft niet over de 300.000 Indo’s die naar Nederland kwamen en ook het lot van de Molukkers blijft bij hem buiten beschouwing. Die migratie ging niet zonder slag of stoot en vaak gepaard met veel menselijk verdriet en racisme, maar misschien kunnen we van die opvang toch iets leren, als we bezig zijn Afghanen en andere oorlogsslachtoffers op te vangen en onder te brengen.

Het ontstaan van de moderne wereld.

Soekarno was een briljante politicus die zowel het gevaar zag van radicale Islamstromingen  als van het communisme. Hij werd zijn leven lang gedreven door zijn geloof in de onafhankelijkheid van zijn land. Het organiseren in 1955 van de Conferentie van Bandung maakte hem ook een visionair. Ineens liep Indonesië vooraan in de niet-westerse gelederen. Meer nog: voor het eerst werden hun krachten collectief gebundeld. De voormalige Engelse koloniën in Azië, waaronder India, waren van de partij. Het niet onafhankelijke Goudkust (nu Ghana) werd uitgenodigd. Wat bij Engeland de vrees deed rijzen dat ook Nigeria, Tanzania en Kenia zouden worden opgehitst…
Marokko, Algerije en Tunesië stuurden waarnemers, terwijl zij toen nog steeds onder Frankrijks vleugels zaten. En Amerika was ontstemd over de uitnodiging aan China. Maar gelukkig waren er nog de bondgenoten Pakistan, Turkije, Irak en de Filipijnen die de Amerikaanse stem tijdens de conferentie zouden kunnen laten doorklinken. Wat is er veel veranderd, realiseer je je als je dit leest!
Intussen was in Indonesië de strijd met de Darul-Islam beweging in volle gang en heerste de vrees voor aanslagen. Wat kolonel Nasser uit het pas van het Engelse juk bevrijdde Egypte niet tegenhield te komen. Meer nog: gesterkt door het antikolonialisme dat alle ruimte kreeg, terwijl het communisme en daarmee het atheïsme niet volledig werd omarmd, zocht hij naar nieuwe partners. Zo bestelde hij wapens uit Tsjecho-Slowakije… Reden voor de VS meteen de leningen ten behoeve van de Aswandam in de Nijl te schrappen. Nu Amerika maar ook de Wereld Bank en Engeland de vierhonderd miljoen dollar niet meer wilden voorschieten, bedacht hij dat het Suezkanaal, dat door een Brits-Frans bedrijf werd gemanaged voor de financiering kon zorgen en blokkeerde het kanaal.
Buiten de Amerikanen om, kwamen Israël, Engeland en Frankrijk bij elkaar. En besloten dat Israël de Egyptische stellingen zou bombarderen en daarmee de Tsjecho-Slowaakse wapenarsenalen zou vernietigen, waarna Engeland en Frankrijk zouden ‘interveniëren’… Maar zo geschiedde het: Israël viel aan en de twee bondgenoten deden een en ander nog eens dunnetjes over! Daarbij niet vergetend de Egyptische staatsradio te bombarderen.
Eisenhower was woedend over dit ‘laat-koloniaal machtsvertoon’ dat heel gemakkelijk ontwikkelingslanden in de communistische armen kon drijven. Meer nog: de Russische inval in Hongarije als tegenactie op de Hongaarse opstand, verloor alle aandacht door deze ‘westerse agressie’.
Een telefoontje uit Washington met Londen, gevolgd door een telefoontje van Eden met Mollet in Parijs beëindigde dit avontuur. Eden trad af als premier, de Vierde Republiek stortte in elkaar, Nasser werd de grote held. Kadafi greep de macht in Libië, Saddam Hoessein in Irak, Yasser Arafat bracht het Palestijnse vraagstuk ter tafel. De Verenigde Arabische Emiraten werd, wat later in begin 70er jaren gevormd, evenals Noord- en Zuid-Yemen.
Maar toen Mollet, Edens telefoontje ontving op 6 november 1956 zat bonds-kanselier Adenauer tegenover hem en zou hebben gezegd: “Nu moeten we Europa maken. Europa zal uw weerwraak zijn”. En ja, de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal uit 1951, werd in 1957 de Europese Economische Gemeenschap en in 1967 de Europese Gemeenschap om tenslotte uit te monden in de Europese Unie, nu helaas zonder Engeland en helaas inclusief Polen en Hongarije.
In deze donkere dagen voor Kerst leek mij deze samenvatting van meer dan 550 pagina’s geschiedenis die tot onze hedendaagse politiek leidde, een goede uitsmijter van een jaar dat nog steeds wordt gedomineerd door een virus dat tot nu toe tot meer dan 19 miljoen oversterfte heeft geleid, terwijl het officiële covid-19-sterftecijfer op 21 oktober net de 5 miljoen niet haalde. Dus: let’s count our blessings! Ik wens u gezellige dagen en alvast een vredig en gezond 2022.