Nieuws Algemeen

Occitaans Dagboek – december 2018. Door: Frits Baylé.

LS! ’t Loopt tegen het nieuwe jaar! En wat zal het brengen? Meer oorlog?

Meer vrede? Meer warmte? Meer vluchtelingen? We kunnen gissen, maar in dit Dagboek kijk ik vooral terug. Niet naar gisteren, maar naar eergisteren. Dat lijkt veilig en waarheidsgetrouw, maar ook daar kijken we met subjectieve ogen n

Even het geheugen opfrissen. In het vorige Dagboek kwam de Eerste Wereld Oorlog, La Grande Guerre, er wel heDagboekel bekaaid af. Een oorlog waarin 9,7 miljoen soldaten de dood vonden of verdwenen. Eén op de vijf Franse soldaten omkwam, 1,4 miljoen vaak zeer jonge jongens. Maar ook werden 21,2 miljoen soldaten verwond, waaronder 4,3 miljoen Franse manschappen. In totaal werden 73,3 miljoen mannen gemobiliseerd. Aan het Westelijk front zorgden 1,3 miljard (!) bommen en granaten voor dit bloedbad, dat 3 miljoen weduwen en 6 miljoen wezen achter liet. De oorlog kostte aan de zeven belangrijkste oorlogvoerende landen ( Engeland, Frankrijk, Amerika, Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) 180 miljard dollar.

Door de verschrikkelijke loopgraaf oorlog, op één dag sneuvelden zelfs 27.000 Franse soldaten, krijgen we wel eens de indruk dat het geen wereldoorlog was, maar een oorlog tussen Frankrijk en Duitsland, terwijl er naast het Westelijk front ook een Oostelijk front bestond. Dat lijkt in onze genen te zitten: van de 2de Wereld Oorlog vergeten we ook dat er een Oostelijk front was. Misschien goed even ons geheugen op te frissen.

Het begon allemaal met de moordaanslag op 28 juni 1914 op de redelijk onbelangrijke aartshertog en kroonprins van de Dubbelmonarchie Oostenrijk – Hongarije. Dat gebeurde in Sarajevo de hoofdstad van het door Oostenrijk bezette Bosnië – Herzegovina. Als vergelding viel toen Oostenrijk – Hongarije Servië aan. Reden voor Rusland, de bondgenoot van Servië, zijn troepen te mobiliseren. En omdat Frankrijk de bondgenoot van Rusland was, mobiliseerde het ook.  Waarop Duitsland als bondgenoot van Oostenrijk – Hongarije Frankrijk de oorlog verklaarde. Het viel Frankrijk meteen aan via het grondgebied van het neutrale België. Zoals de Keizer zei: “ein frisch fröhliche Krieg”… Wat een stroom van zeker één miljoen Belgische vluchteling naar het eveneens neutrale Nederland veroorzaakte. Reden voor Groot Brittannië om België te hulp te schieten en betrokken te worden in de loopgraafoorlog.

Engeland kon niet alleen putten uit het eigen menselijk arsenaal. In India had het een leger van één miljoen manschappen onder de wapenen. Zij werden ingezet om vooral de olie belangen van het Britse Rijk tegen vooral het Ottomaanse Rijk te beschermen. Dit Rijk immers had de kant van Duitsland, tegen de Russen en dus de Engelsen gekozen. Kunt u me nog volgen? Maar zeker 100.000 Indiërs werden ook naar Vlaanderen en Frankrijk verscheept. Later werden ook Australische en Nieuw – Zeelandse troepen ingezet.

Nu woedde ook in Oost- Europa de oorlog tussen het Russische Rijk en de As mogendheden (Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk–Hongarije en het Ottomaanse Rijk, dat na de oorlog in 1923 werd teruggebracht tot de huidige Republiek Turkije onder Mustafa Kemal Atatürk). En of het niet genoeg was mengde ook Japan zich in september 1914 in de strijd. Dit keer om Engeland te steunen tegen de Duitsers die de Chinese haven Tsingtao onder controle hielden.

Een verslag van de oorlog gaat hier te ver, maar wel moet ik melden, dat in 1918 niet  tsaar Nicolaas II Rusland terug trok uit de oorlog, maar de bolsjewiek Lenin die in zijn strijd tegen onder andere de monarchisten, de Romanovs op gruwelijke wijze liet vermoorden. Een voorproefje van wat onder Stalin’s terreur een dagelijkse praktijk zou worden. Maar da’s een ander verhaal.

 Terug naar nu.

De herdenking in Parijs op 11 november moest een groot “alle Menschen werden Brüder”worden, maar dat liep anders af. Macron had maarschalk Philippe Pétain al “een groot soldaat”genoemd, wat de cryptocommunist Mélenchon ontlokte “dat het een schande is een verrader (Pétain was in de volgende wereld oorlog de leider van de Vichy regering) en antisemiet zo te eren.” En daar was ook eigenlijk geen reden voor. Maar Macron ging verder en riep in een rede die zeer goed ontvangen werd, op om een Europees leger te creëren om zo eventuele vijanden als Rusland, China en ja, ook de VS te kunnen weerstaan. Die gedachte van een Europees leger om de Europese eenheid te benadrukken is al wat vreemd, we kunnen nog niet eens voldoen aan onze NATO verplichtingen. En ook: hoe leid je een leger van een verzameling landen die het over de meest elementaire vraagstukken niet eens kunnen worden. Maar de VS als toekomstig vijand af te schilderen is minimaal, zoals Trump antwoordde “agressief en naïef”. Enfin, Angela ziet ook wat in Europees leger, en bij haar staan de opvolgers al in het gelid. Voor Hollande trouwens reden zich opnieuw op te werpen als leider der Fransen. Wat denkt ie wel!

U weet ‘t, ik geloof sterk in Macron als redder van dit bijna niet te redden land, maar als hij dan de benzineprijzen met bijna een kwart omhoog gooit en belooft in januari ze verder te verhogen, dan heb je weinig contact met de gewone burger en zijn behoeften. De acties van de “Gilets Jaunes” zouden in Nederland revolutie betekenen. Hoewel “het kwartje van Kok”  ook heel wat beroering opriep, maar ten slotte toch gepikt werd… Hier is zo’n opstand normaler, maar het blijft bijzonder dat dik 80% van de Fransen de actie goedkeurt terwijl dat diezelfde Fransen op een verschrikkelijke manier hindert. En dat nog afgezien van de economische schade. Enfin, de olieprijs daalt gelukkig (helaas tijdelijk) en er is een half miljard uitgetrokken om ernstig benadeelde burgers en bedrijven tegemoet te komen, maar dat komt eigenlijk te laat om nog iets voor Macron’s imago te betekenen. Dus gingen de “gele hesjes” tegen de “bruine pest”(van de dieselauto’s), gewelddadig gesteund door “zwart hemden” bij gebrek aan leiders ongeorganiseerd door, waardoor de acties meer op een volksopstand gaan lijken. Niet zo vreemd, wanneer 40% van de bevolking in een gebied woont waar de auto wel moet gebruikt worden, omdat er geen openbaar vervoer is. Hopelijk komt ie toch weer met een oplossing die verder gaat dan een pleister op de wonde. De prijsverhogingen moeten blijven omdat de strijd tegen de luchtverontreiniging steeds zwaarder gaat wegen. Zij kost nu al aan 48.000 Fransen het leven! Dus stelt hij een verhoging voor van 40% voor de verbetering van het dagelijks verkeer. En 1 miljard over 10 jaar ter verbetering van de bereikbaarheid van de “buiten gewesten” en nog eens 1,2 miljard over 10 jaar voor verbetering van het openbaar vervoer in die gewesten. En: per 2020 invoering van autonome busdiensten, maar ook, onder nog meer, een belastingvrije voet van 400 euro voor hen die de fiets gaan gebruiken of hun auto naar het werk delen met anderen. Ik heb er nog weinig verder over gehoord. Wie weet!              

In die herdenkingsrede stelde Macron ook dat “nationalisme de grote vijand is”. Maar interessant was dat hij daarna het “patriottisme”noemde als positieve opstelling naar je land. Nationalisme sluit uit, houdt buiten, terwijl patriottisme juist verenigt, bijeen houdt. Kijk, om zo’n filosofisch uitstapje blijf ik van die man houden. Dat gold niet voor Trump. Hij vertrok na de rede naar het Land of the Free en boycotte daarmee het Vredesforum.

Een zeer Frans fenomeen.

In dit laatste Dagboek van het jaar ga ik niet terugkijken op dit jaar. Eer ik ook niet nogmaals hen die ons ontvielen. En koffiedik kijken maakt alleen maar somber, dus even aandacht voor wat in de Westelijke wereld als een zeer Frans fenomeen gezien wordt: het Communisme en de Communisten. Dat sluit ook aardig aan bij de acties en stakingen die Frankrijk zo kenmerken.  

In 1920, dus nu bijna een eeuw geleden werd de Parti Communiste Français (PCF) in Tours opgericht. In Rusland verkondigde Lenin Marx’ evangelie en zorgde Stalin voor erkenning. In Frankrijk was er alle aandacht voor de 9 miljoen arbeiders in de industrie, de landbouw en de bouw, die het land weer moesten opbouwen. De vakverenigingen verzekerden zich een plaats, en gaven het Communisme sympathie door “de wereldvrede” in hun vaandel te voeren. In de 2de Wereld Oorlog waren het vaak de Communisten die het, ondergrondse, verzet leidden. Waren het in 1937 nog 317 gemeenten waar de CP het voortouw nam, in 1947 streeft de “Parti des Fusillés”al in 1462 gemeenten naar de macht. Het zijn ook de intellectuelen en kunstenaars (Pablo Picasso bijvoorbeeld) die de partij steunen. Terwijl op de terrasjes en in de kroegen linkse denkbeelden van mannen als Sartre en Camus kleur kregen. En hoewel de PCF een belangrijke utopische en sociale waarde vertegenwoordigde werd de politieke kant steeds duidelijker en ging “la rêve de la sainte égalité des sans-culottes associé au mythe soviétique” steeds meer schuren met de democratie die Frankrijk is. Generaal De Gaulle gooit ze dan ook in 1947 uit het gouvernement.

Ondanks Stalin’s dood in 1953, door het communistische dagblad L’Humanité met “de immense liefde voor de grote Stalin” betreurt en ondanks de destalinisatie, groeit de aanhang. Zeker 55% van de Franse arbeiders was Communist. Het aantal parlementleden neemt van 101 in 1946 toe tot 150 in in 1956. De Russische inval in Hongarije in 1956 wordt door de PCF ondersteund. En tot de verkiezingen in 1978 blijft rond de 20% van de Fransen op de PCF stemmen. Wel kruipt men dichter tegen de Socialisten van de PS aan. Maar bij de eerste verkiezingen in 1958 van de Vijfde Republiek verliezen de Communisten 1,5 miljoen stemmen en valt de volksvertegenwoordiging terug van 150 tot 10 leden.

Als François Mitterand in 1971 aan het bewind komt wordt er een gemeenschappelijk program met de Socialisten getekend. Daarna gaat het berg af met de partij. Hoewel de Communisten in 1981 vier ministersposten krijgen, neemt de PS de overhand. Waarop drie Ministers alweer in 1984 uit de regering stappen. Maar de teleur gang kent geen halt. Bij de presidentsverkiezingen in 2007 komt men niet verder dan 1,93%. Het samen gaan met Jean-Luc Mélenchon geeft dan in 2012 even wat lucht: 6,9% van de stemmen. Maar op eigen vleugels in 2017 vallen de Communisten terug op 2,7%.

Toch zijn we ze nog niet kwijt! Op gemeentelijk niveau blijft er de kans op een “ceinture rouge”. In 1977 hadden de Communisten het voor het zeggen in 19 steden, waaronder Reims, Le Havre en Nîmes. Dat zijn er nu nog maar 8, waaronder Dieppe en Arles. En groot Parijs had in 1977 126 communistische communes en nu nog steeds 39! Op het 38ste congres werd op 25 november Fabien Roussel, een oud-journalist tot nieuwe partijleider gekozen. Hij gaat zich nog meer van Mélenchon en zijn La France Insoumise afkeren. Laten we maar zeggen dat hij het linkse geweten van Frankrijk wil worden… Maar ja, ontevredenheid kan hier tot van alles leiden…                                   

Het probleem van de Gemeenten.                                                

Ik was nieuwsgierig hoeveel inwoners mijn nieuwe dorp heeft: nog 2000, maar in 1946 waren het er nog net geen 3000. Het dorp loopt dus heel langzaam leeg… En het dichtst bijzijnde dorp, precies hetzelfde: in 1975 nog net geen 5000, nu net iets meer dan 3000 inwoners… Limoux, iets groter maar hetzelfde liedje: in 1975 dik 11.000, nu dik 10.000. Gelukkig, met Carcassonne gaat het, qua bevolkingsgroei beter: 1968 dik 43.000, nu ruim 111.000 inwoners. Gelukkig Montpellier ook: in 1962 een kleine 120.000, nu een kleine 300.000. De agglomeratie zelfs 540.000 inwoners! Toulouse, waar de Airbus gemaakt wordt, bijna een half miljoen zielen. Verder hoef ik dus niet te checken: de grotere steden groeien, de dorpen lopen leeg.

En da’s niet leuk want “La France Périphérique” heeft zoveel te bieden en vooral hier in Occitanie, waar het stikt van de kastelen, kloosters, kerken en kerkjes, aardige dorpjes en gehuchten, 233 coöperatieve wijncaves en 2800 onafhankelijk wijnboeren en niet te vergeten: een adembenemend mooie natuur.   

Nou dat moet lekker wat toeristen trekken en daarmee leuk wat geld in het laatje brengen. En ja, er komen jaarlijks 30 miljoen toeristen, maar de helft blijft op het strand steken en daar weer de helft van is Frans. Occitanie is dan ook de eerste vakantieregio voor Fransen in Frankrijk. En de eerste regio als het om het tweede huis gaat. Niet zo bijzonder als je weet dat een villa hier gemiddeld 150.000 euri kost, en je voor 100.000 euro al een aardig optrekje hebt. Maar goed, we winnen het ook als het om kamperen gaat en zij die thermische baden zoeken (en dat zijn er per jaar 188.000) moeten alweer, hier zijn. Er zijn 44 wintersport stations en 66 havens voor plezier vaartuigen. M’n liefje, m’n duifje, wat wil je nog meer! Nou, iets meer welvaart.

Want Occitanie is een redelijk arme regio. Nou leeft men in heel Frankrijk redelijk bescheiden. Gemiddeld leeft 14% van de bevolking, een kleine 9 miljoen Fransen, onder de armoedegrens van 60% van het gemiddelde inkomen: 1026 euro per maand. En een kleine 19% verdient rond de 20.000 per jaar. Dat zijn een kleine 12 miljoen Fransen. Kijken we naar de armoede in de steden, dan worden de eerste 5 plaatsen ingenomen door steden in het Noorden, zoals Calais met 26% armen maar de 6de tot de 10de plaats met steden uit le Midi Languedocien, zoals Perpignan (op 7) met 266.000 inwoners waarvan 23% onder de armoedegrens leeft en Carcassonne (op 10) met 111.000 inwoners dus, waarvan 22% arm zijn.

Gelukkig wordt aan zowel het verloop, als de armoede wat gedaan. Het verloop is vooral te wijten aan gebrek aan werk. In ons dorp verdween onder meer een hoedenfabriek en ook de textielindustrie verdween uit de streek. Wat overbleef is wijnbouw en toerisme. Maar zoals bekend zijn de wijnboeren de “smicards”, de minimumloners van Frankrijk. Wel is er de fabriek van het iconische Formica, maar ook dat product heeft betere tijden gekend. Toch heeft ons dorp (2000 inwoners dus) naast een Dinosaurus Museum en een Hoeden Museum, wel 3 huisartsen,  3 tandartsen, 4 ambulante verpleegsters en 2 apotheken. Er is een kleuterschool en een lagere school. Voor voortgezet onderwijs werden de verplichte aantallen leerlingen niet gehaald en moet dus, vooral, naar Limoux worden gereisd. Maar dat verloop, die leegloop kan ook betekenen dat de bakker er mee stopt, vroeger een ramp, nu zijn er de Lidls die zijn taak overnemen. Maar na de bakker komt de Tabac, met het kopje koffie en de krant, het praatje bij de (bier)pomp. En dan is het snel gebeurd: de winkel van sinkel houdt het nog even uit. Maar dan verplaatst alles zich naar buiten de dorpen waar gigantische supermarkten ook nog een elektricien, een garage en een werkplaats voor landbouwmachines en dus klanten trekken. Maar het hart verdwijnt uit zo’n dorp en daarmee weer een stukje Frankrijk waar we zo graag naar toegingen….

Volgend jaar ga ik verder in op dit probleem dat “France Périférique” vertegenwoordigt. Voor dit moment wens ik u gezellige feestdagen en een zeer voorspoedig 2019!

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter