Zorg en zorgverzekering

Nieuws met betrekking tot woonlandfactoren

De berekeningsmethodiek van de Woonlandfactoren (WLF) vormt al enige jaren onderwerp van discussie tussen verdragsgerechtigden onderling, en in het bijzonder met het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS). Hierbij een kopie van de brief die we recent van VWS ontvingen, waarin een wijziging van de berekeningswijze met ingang van 2023 wordt aangekondigd.

Voor een goed begrip voor diegenen die deze discussie niet intensief gevolgd hebben, het volgende als toelichting.

De woonlandfactor is gelijk aan de gemiddelde zorgkosten in het woonland per inwoner gedeeld door die in Nederland. Als zorgkosten worden in deze alleen die meegerekend die uit verplichte verzekeringen worden betaald.  De factor is een tijd geleden ingevoerd om de door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) in Nederland ingehouden premies in verhouding te brengen met wat ervoor als recht verkregen wordt in het woonland, in de vorm van toegang tot de zorg voorzieningen die vallen onder de collectieve zorgvoorzieningen.  Daarmee werd de invoering van het verdragsrecht in deze “eerlijker” voor de betrokkenen.

Deze factor werd berekend uit de opgaves van de verdragslanden aan EUROSTAT, het centrale Europese data bureau.  Sinds een aantal jaren blijkt dat de landen deze informatie niet meer betrouwbaar en tijdig in de onderling vergelijkbare vorm verstrekken. Om toch een woonlandfactor te berekenen gebeurde dit door middel van extrapolatie van de waarden in 2014/2015 met de relatieve stijgingspercentages in de betreffende landen. Die stijgingspercentages werden laatstelijk gevonden uit de databanken van de World Health Organisation (WHO).

Het nadeel van deze berekeningsmethodiek is dat de gebruikte data niet echt toegankelijk waren, en bovendien elke vorm van anomalie in de uitgangsdata (2014/2015), gehandhaafd bleef in de daarop volgende jaren.

Wel geven de landen representatieve, en transparante zorgkosten  op aan de WHO.  Ook hierin is echter nog altijd een zekere onzekerheid ten aanzien van de publieke financiering/verplichte karakter van de “meegetelde” voorzieningen.

De FANF was en is van mening dat de resulterende woonlandfactor voor Frankrijk voor de laatste jaren te hoog is vastgesteld. Een mening gedeeld door een aanzienlijk aantal verdragsgerechtigden. Zij heeft daarom bij VWS bezwaar gemaakt.  Ook de Vereniging Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (VBNGB) maakte bezwaar tegen de gebruikte berekeningsmethode.

De in de brief aangehaalde studie uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een aantal te gebruiken databronnen geëvalueerd als berekeningsbasis, maar er is geen keuze aanbevolen aan VWS.  Mede daarom is tot op heden geen gebruik gemaakt van  de resultaten voor een directe berekening van de woonlandfactor. Daar komt nu verandering in. Het gebruik van de data uit de WHO gegevens volgens de “System of Health Account” (SHA), is destijds door zowel VBNGB als FANF gesuggereerd.  Wat dit daadwerkelijk voor de woonlandfactor voor de individuele landen gaat betekenen,  is nog niet geheel duidelijk, maar in ieder geval gaat de transparantie aanzienlijk vooruit.

Als FANF blijven we dit volgen en U informeren.

Arjen van Geuns, Vicevoorzitter Fanf