Juridisch Fiscaal Juridisch

NIEUW NEDERLANDS HUWELIJKS VERMOGENSRECHT

NIEUW NEDERLANDS HUWELIJKSVERMOGENSRECHT

`CD van jou, CD van mij. CD van ons allebei. Maar gekregen van mijn moeder, van mijn moeder dus van mij`. Deze zinsnede uit een bekend Nederlands liedje karakteriseert hoe men tegenwoordig tegen het vermogen binnen het huwelijk aankijkt. Sinds 1 januari 2018 trouwt men in Nederland niet meer automatisch in algehele gemeenschap van goederen! Het eenvoudige systeem van alles samen delen, dat stamt uit 1838, is verlaten.

Beperkte gemeenschap van goederen

Bij huwelijken die sinds 1 januari 2018 worden gesloten, ontstaat een beperkte gemeenschap van goederen waarbij in beginsel alles wat men vóór het huwelijk privé bezit, ook privé blijft als men trouwt. Dat betekent ook dat alles wat men voor het huwelijk gemeenschappelijk bezit, gemeenschappelijk blijft tijdens het huwelijk. Alles wat men tijdens het huwelijk verkrijgt, wordt gemeenschappelijk bezit. Erfenissen en schenkingen die tijdens het huwelijk worden verkregen, blijven privé. Mocht de schenker of de erflater juist wel willen dat het gemeenschappelijk wordt, dan moet dat geregeld worden via een zogenaamde “insluitingsclausule”.

Dit lijkt best een mooi systeem, maar er zitten wel wat haken en ogen aan! Een goede administratie zal onontbeerlijk zijn om de 3 vermogens, die er bij het einde van het huwelijk zijn, te verdelen. Het niet goed administreren kan tot gevolg hebben dat de vermogens toch gemeenschappelijk blijken te zijn, bij gebrek aan tegenbewijs. Hieronder volgen enkele voorbeelden van de gevolgen van de nieuwe wetgeving.

Gemeenschappelijke woning

Zoals gezegd vallen in de nieuwe beperkte gemeenschap van goederen de bezittingen die de partners al gezamenlijk in eigendom hadden voordat zij in het huwelijk zijn getreden. Stel nu dat samenwoners op 1 mei 2018 gaan trouwen terwijl zij voor hun huwelijk samen een huis hebben gekocht, maar in ongelijke verhoudingen, bijvoorbeeld 70-30 %, omdat de ene partner meer eigen vermogen heeft dan de ander. Op het moment van trouwen wordt de eigendomsverhouding automatisch 50-50%, zonder dat de partner die voorheen 70% had, financieel gecompenseerd wordt.

 

Schulden
Hoe zit het nu met schulden die voor het huwelijk zijn aangegaan? Zo lang het een schuld is die is aangegaan voor een gemeenschappelijk goed, dan valt ook deze schuld in de gemeenschap. Dus als in het hierboven genoemde voorbeeld de partner die eigenaar was van 30%, voor de aankoop van de woning een lening is aangegaan bij de bank, terwijl de andere partner de 70% gefinancierd had met een schenking van de ouders, dan krijgt laatstgenoemde partner de helft van de schuld die de andere partner aan de bank heeft ook toebedeeld bij het aangaan van het huwelijk! Terwijl een schenking van de ouders voorafgaand aan het trouwen buiten de gemeenschap blijft.

Redelijke vergoeding bij eigen onderneming

Stel dat ten tijde van het ongehuwd samenwonen een van de partners een bedrijf is gestart met eigen geld dan blijft dit bedrijf ook bij het aangaan van een huwelijk, privé vermogen. Maar dan is de ondernemende echtgenoot wel een “redelijke vergoeding” verschuldigd aan de gemeenschap van goederen. Wat een `redelijke vergoeding` is blijkt niet uit de wet en is dus onduidelijk. Als deze redelijke vergoeding nog niet is uitgekeerd, dan blijft deze verplichting bestaan en zal deze bij het einde van het huwelijk (door echtscheiding maar ook bij overlijden) in één keer voldaan moet worden. Met alle eventuele gevolgen van dien voor de onderneming.

Opstellen huwelijkse voorwaarden nog steeds van belang

Veel mensen zijn in de veronderstelling dat het opstellen van huwelijkse voorwaarden niet meer nodig is. Zoals uit de hiervoor aangestipte voorbeelden blijkt is het dus in veel gevallen nog steeds raadzaam om wel huwelijkse voorwaarden te maken om de ongewenste gevolgen van het nieuwe wettelijke systeem te voorkomen. Ook als echtgenoten niet onder het wettelijk stelsel willen trouwen, moeten zij uiteraard huwelijkse voorwaarden maken. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de echtgenoten helemaal geen vermogen met elkaar willen delen. Of als het de bedoeling is dat zij juist wel al hun bezittingen en schulden bij echtscheiding met elkaar delen, dient dit bij huwelijkse voorwaarden te worden geregeld.

Frankrijk

De nieuwe Nederlandse wettelijke beperkte gemeenschap van goederen (dus als men geen huwelijksvoorwaarden heeft gemaakt) komt in grote lijn overeen met het wettelijke systeem dat in Frankrijk geldt, de ‘communauté réduite aux acquêts’, maar er zijn ook wezenlijke verschillen. Zoals gezegd geldt dit nieuwe Nederlandse stelsel van de beperkte gemeenschap echter uitsluitend voor huwelijken gesloten vanaf 1 januari 2018.

In een Frans/Nederlandse situatie (bijvoorbeeld: u bent destijds in Nederland getrouwd, maar u woont nu in Frankrijk) is het belangrijk om te weten welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is om vervolgens te kunnen bepalen wat het op uw huwelijk toepasselijke huwelijksvermogensregime is.

Zowel Frankrijk als Nederland hebben het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 ondertekend. Nederland en Frankrijk passen dan ook dezelfde regels toe om te bepalen welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is. Ook op dit gebied zal in de toekomst echter een wijziging plaats vinden. Per 29 januari 2019 zal een Europese Verordening op het gebied van het toepasselijk huwelijksvermogensregime in werking treden. Op deze toekomstige wijziging ga ik hier echter verder niet in.

Een extra aandachtspunt betreft de situatie dat u in Nederland bent getrouwd na 1 september 1992 zonder het maken van huwelijksvoorwaarden en u nadien naar Frankrijk bent geëmigreerd, waar u inmiddels meer dan tien jaren woont. Vanaf het moment dat u tien jaren in Frankrijk woont, zal het Franse wettelijke huwelijksvermogensrecht van toepassing zijn. Het Nederlandse huwelijksvermogensrecht blijft van toepassing voor de periode vanaf uw huwelijk tot deze automatische wijziging. U begrijpt dat dit veel problemen kan geven, met name bij het einde van het huwelijk (door overlijden of echtscheiding).

Tot slot

Wanneer uw huwelijk internationale aspecten heeft (bijvoorbeeld: u heeft beiden een andere nationaliteit of u woont in een ander land dan het land waarvan u beiden de nationaliteit bezit) moet u zich altijd afvragen welk recht van toepassing is (het Nederlandse huwelijksvermogensrecht of eventueel het huwelijksvermogensrecht van een ander land). Daarbij is ook van belang wat de eventuele gevolgen voor u zijn van het nieuwe Nederlandse huwelijksvermogensrecht. Het antwoord op deze vragen is niet altijd eenvoudig te geven. Indien u hierover meer informatie wilt, kunt u contact opnemen met ons kantoor.

Bron: F.S.M. (Fleur) Nollen, kandidaat-notaris
Van Buttingha Wichers Notarissen
[email protected]www.vbwnotarissen.nl
+31 70-356 68 00

banner notarissen Buttinga Wichers

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter