Een Nederlandse medicus met pensioen in Frankrijk: actief voor anderen

Em Prof Dr Guido Smoorenburg woont sinds bijna 20 jaar in Frankrijk en zit sinds die tijd niet stil: bestuursfuncties, lobbyen in Den Haag voor de belangen van Nederlanders in Frankrijk, landgenoten adviseren en bijstaan en dan nog de muziek…
In dit vraaggesprek geeft Guido onder meer zijn opvattingen over de kwaliteit van de medische zorg in Frankrijk, hoe het profiel van de Nederlandse immigranten zich in de tijd heeft gewijzigd en onderstreept hij het belang om de Franse taal goed te beheersen.
Guido was van 2010 tot 2014 voorzitter van de FANF, bleef tot 2017 coördinator Zorg in het bestuur en is nu nog lid van de Raad van Advies van de FANF.

Kun je iets zeggen over de sprong naar Frankrijk?
Op zoek naar een vakantiehuis in Frankrijk troffen wij in 2002 een ‘coup de coeur’ dat ons leven op zijn kop zette. De coup de coeur was iets meer dan een vakantiehuis. In twee dagen besloten we het huis te kopen en onze werkzaamheden in Nederland af te bouwen. Ik was hoogleraar aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), mijn echtgenote was onderwijzeres. In 2005 vestigden we ons permanent in de Var. Het klimaat en de ruimte waren natuurlijk belangrijke trekpleisters. Maar we waren ook erg gevoelig voor de omgangsvormen van Fransen die we, generaliserend, prettiger vonden dan die van Nederlanders. Tegen emigratie naar een ander land zagen we niet op. Na het voltooien van mijn proefschrift hebben we in de Verenigde Staten gewoond waar ik de gelegenheid kreeg een vervolgopleiding in de medische wetenschappen te volgen.

Als hoogleraar in het UMCU heb ik met veel voldoening gewerkt aan onderzoek op het gebied van de oorheelkunde, met name aan de invoering van cochleaire implantaten. In de VS maakte ik daarmee kennis. Met cochleaire implantaten, een soort hoortoestel, wordt de gehoorzenuw direct elektrisch gestimuleerd zodat doven weer kunnen horen. Steeds weer terugkerende reorganisaties en bezuinigingen in het UMCU vergemakkelijkten de beslissing om op 62-jarige leeftijd het instituut vaarwel te zeggen. Zodra de firma waarmee ik samenwerkte op het gebied van die implantaten hoorde dat ik van plan was naar Frankrijk te gaan vroeg men of ik voor hen wilde gaan werken. Vanuit Frankrijk heb ik voor die firma nog 5 jaar effectief klinische studies in Europa kunnen coördineren.

Je eerste bijdrage aan de Nederlandse gemeenschap in Frankrijk was jouw bijdrage aan de zorgverzekering voor gepensioneerden
In 2008 maakte ik als lid van het bestuur van de Association Néerlandaise du Midi (ANM) kennis met de FANF tijdens een ledenvergadering in Grenoble. In die tijd was er veel onrust op het gebied van de zorgverzekering voor Nederlanders in Frankrijk. Bij de invoering van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2006 werd bepaald dat Nederlanders in een EU land, in ons geval Frankrijk, met een Nederlands pensioen of uitkering zich verplicht moesten gaan verzekeren via Nederland. Velen hadden al een particuliere verzekering met een lagere premie dan die men verwachtte van de nieuwe verplichting. De verplichting was gebaseerd op een Europese regelgeving die inhield dat men het recht had op een verzekering via het pensioenland. Dit om te voorkomen dat men in het nieuwe woonland geen zorgverzekering zou kunnen krijgen, bijvoorbeeld gezien de leeftijd. Men spreekt daarom van verdragsgerechtigden. Nederland maakte er echter een verplichting van om te voorkomen dat de regeling uit balans zou raken wanneer alleen degenen die er beter van zouden worden zouden overgaan naar de nieuwe regeling. 

Bij de invoering van de nieuwe regeling ontstonden veel problemen. Die deden me besluiten om daarin te duiken. Dit bood een weg om op andere wijze weer een zorgtaak te kunnen vervullen, mensen helpen met hun zorgverzekering. Sindsdien heb ik via de FANF ruim 300 mensen kunnen helpen. Soms was het een kwestie van eenvoudig de weg wijzen, soms was het ingewikkelder: valt een gepensioneerde met werkzaamheden in Frankrijk onder de regeling, valt iemand die verzekerd is via een Franse partner onder de regeling en wat als die partner overlijdt, hoe kunnen we zorg zowel in Frankrijk als in Nederland combineren, etc. Naast individuele hulp werd ook gewerkt aan verbetering van de uitvoering van de nieuwe regeling via contacten met de betrokken overheidsinstanties: het Zorginstituut, het Centraal Administratiekantoor (CAK), het Zilverenkruis afdeling Buitenlands Recht, het Ministerie van VWS, een commissie van de Tweede Kamer, het Europese  Parlement en in Frankrijk het Centre des Liaisons Européennes et Internationales de Sécurité Sociale (CLEISS). 

Belangrijke resultaten die mede via de FANF werden bereikt, zijn:
- een reductie van de sociale premie die in Frankrijk moet worden afgedragen (CSG) omdat de zorgcomponent eruit kon worden gelicht (die werd al gedekt via het verdragsrecht),
- invoering van de woonlandfactor (reductie van de premie) omdat de dekkingen van de zorg in Frankrijk en Nederland niet hetzelfde zijn,
- verzoek van het Ministerie van VWS om bij te dragen aan een betere methode om de woonlandfactor te berekenen,
- en recht op zorg niet alleen in Frankrijk maar ook in Nederland.
Daarnaast verbetering van een aantal procedures zoals een vooraankondiging van de verrekening van de af te dragen premie zodat men niet wordt overvallen door een grote navordering en een betere verstrekking van de European Health Insurance Card (EHIC). Een resterend probleem is het ontbreken van een zorgverzekering buiten Europa. We hebben het Ministerie van VWS nog niet kunnen overtuigen dat verdragsgerechtigden daar recht op hebben zoals Nederlanders wonend in Nederland daar recht op hebben.

En de bijdrage aan een aanvullende zorgverzekering (CMUnf)
In 2008 speelde ook een probleem met een aanvullende verzekering. In nauwe samenwerking met de FANF heeft het kantoor van Peter de Jong (Assurances Secara 3000) een collectieve aanvullende zorgverzekering opgezet, speciaal voor Nederlanders in Frankrijk. De FANF had twee vertegenwoordigers in het bestuur die echter geen zeggenschap hadden. Bij een overgang naar een andere verzekeraar ontstonden er grote problemen waar ook de vertegenwoordigers van de FANF op aangekeken werden terwijl zij geen invloed op die beslissing hadden. Zij hebben zich teruggetrokken. Ik heb toen Peter de Jong voorgesteld om van het collectief een officiële Association te maken met een eigen bestuur. Peter de Jong is daar con-amore in meegegaan. De CMUnf zet zich nu als Association in voor een op maat gesneden aanvullende zorgverzekering (NedExpat) waarmee men de begrensde dekking van de Franse CPAM kan aanvullen. Naast deze aanvullende zorgverzekering hebben wij ook een speciale verzekering voor reizen buiten Europa gecreëerd om het nog bestaande gat in de zorgverzekering voor verdragsgerechtigden op te vullen.

Hulp aan ernstig zieken
Door mijn hulp op het gebied van de zorgverzekeringen raakte ik ook betrokken bij ernstig zieken. Ik heb een tiental terminale kankerpatiënten in hun laatste fase kunnen bijstaan. De hulp varieerde van meegaan op specialistenbezoek, contacten leggen met specialisten in Nederland tot hulp bij het voorbereiden van euthanasie in Nederland. Op basis van deze contacten heb ik ervaren dat de medische zorg in Frankrijk in het algemeen prima is. In vergelijking met Nederland is de thuiszorg in Frankrijk beter, in feite uitstekend. Medisch-technisch is de zorg ook uitstekend. De coördinatie tussen artsen laat nogal eens te wensen over. De praktijkvoering in afzonderlijke ‘cabinets’ is daar debet aan. In Nederland is de specialistenhulp beter georganiseerd via gezamenlijke poliklinieken. Ook laat de communicatie met specialisten vaak wat te wensen over. Ik heb de stellige indruk dat er in Nederland tijdens de opleiding meer aandacht wordt besteed aan gesprekstechniek, met name als het om een slechtnieuwsgesprek gaat. Maar het heeft zeker ook te maken met de taalbarrière. De Franse specialist kan terughoudend zijn omdat hij bang is niet goed te worden begrepen. Naar mijn ervaring verloopt een consult veel beter wanneer de specialist merkt dat de medische termen in het Frans goed worden begrepen.

Spelenderwijs door het leven
Naast de bestuurlijke functies in de ANM, FANF en CMUnf speelt muziek een belangrijke rol in mijn leven. Tijdens mijn studie had ik les van de organist van de universiteit. Toen ik na mijn benoeming als hoogleraar te weinig tijd over hield om in een kerk te spelen ben ik overgegaan op klavecimbel. Eenmaal in Frankrijk nam de oude liefde voor het orgel weer de overhand. Daarnaast heb ik jarenlang een koor van de ANM, ANM-Vocale, gedirigeerd. Daarvoor heb ik veel arrangementen gemaakt. Die zijn op internet geplaatst met teksten die gelijk met de muziek verschijnen, zoals bij Karaoke. Eigen orgelbewerkingen en de arrangementen voor ANM-Vocale vindt U op www.smoorenburg.fr.

Veranderingen in de expat-gemeenschap
Met ANM-Vocale ben ik gestopt omdat het steeds moeilijker werd een hecht team te vormen. In een koor moeten de zangers op elkaar ingespeeld raken. Door de jaren heen werd echter het aandeel koorleden dat twee huizen bezat allengs groter. Daardoor werd de presentie steeds slechter, goed repeteren een probleem. ANM-Vocale leeft voort, maar nu meer als een zangclub. Zelfs degenen die naar Nederland zijn teruggekeerd zingen nog samen.

Bovenstaande is een illustratie van wat ik zie veranderen, vooral vanuit het verenigingsleven. De ledenaantallen van de twee verenigingen in de Provence zijn achteruitgegaan. Dit ziet men ook elders. In de begintijd (80-er jaren) bestond de ANM uit ongeveer 100 leden. Tijdens de jaarlijkse ledenvergadering waren er 100 leden aanwezig. Nu zijn er 400 à 450 leden en wonen maar 50 leden de ledenvergadering bij. Het wordt moeilijker bestuursleden te vinden. De vereniging verandert van een groep leden die elkaar graag opzoeken en onderling veel activiteiten opzetten, naar een vereniging waar men lid van wordt vanuit een benadering wat kost het en wat krijg ik ervoor? 
Ik breng dit, voor de duidelijkheid, wellicht in een wat scherp contrast maar het is zeker de trend die ik waarneem. Wat blijft is het verlangen elkaar in kleinere kring te ontmoeten: sportclub, cultuurclub, hobbyclub, etc. De uitgangspunten van de Europese Unie hebben naar mijn mening duidelijk effect gehad op het leven van ons Nederlanders in (Zuid-) Frankrijk. Vroeger was het een avontuur om je in Frankrijk te vestigen. Veelal zochten gepensioneerden elkaar op voor steun. Nu weet men beter waar men aan toe is. Het wordt zakelijker. Men gaat verhuren. Meer jongeren beginnen een bedrijf. 

Goed geland na de sprong naar Frankrijk?
Na ruim 20 jaar is het antwoord JA. Het klimaat, vooral het leefklimaat, en de ruimte doen een mens goed. Contacten met de Franse overheid zijn prettiger dan met die in Nederland. De huizenprijzen zijn in het algemeen lager dan in Nederland. De gezondheidszorg is minstens vergelijkbaar met Nederland. Maar onderschat het belang van goede taalkennis niet. Veel ouderen gaan uiteindelijk terug naar Nederland. De familie trekt, dat is duidelijk. Maar met het toenemen van de leeftijd kan de taalbarrière steeds sterker gaan opspelen.