Nieuws Algemeen

Provençaals Dagboek – maart 2017. Door: Frits Baylé.

DagboekLS! ’t Lijkt of de kou uit de lucht is: gisteren 19 graden! En ook de vrolijke voorjaarstonen van de vogels en het geel van de eerste krokussen, geven weer hoop op een nieuwe lente. En hoop doet leven, dus even wat minder politieke affairesen wat meer cultuur. Lees maar. FB.

Op hoop van zegen.                    Wat voelde ik me een stuk beter, toen een tijdje geleden bleek dat de Nederlandse economie uit het slop was. En dat terwijl ik hier in Frankrijk woon. ’t Was toen dat ik me realiseerde, dat de Fransen zo’n opkikkertje missen. Gewoon een succesje, een meevaller. Gewoon weer hoop. Want hoop doet leven. Opleven ook. Dat had Trump goed in de gaten. Dat is ook de drijfveer voor de vooral arme achterban van rechtse partijen. De meer welgestelden gebruiken die ultrarechtse partijen als dekmantel voor hun angsten en ontevredenheid. Ze fulmineren dan tegen “corrupte”politici, “verkrachtende” vluchtelingen, “moordende”Moslims.

                    Ik haal daarom vaak Maslow’s Piramide van de Hiërarchie van Menselijke Behoeften aan. Die toont namelijk dat het verschil tussen het doen en laten van mensen vooral bepaald wordt door de behoeften die zij hebben in de levensfase waarin zij zich bevinden. Dát maakt, naast de maatschappij waar in je leeft, het verschil uit tussen mensen, niet bijvoorbeeld hun ras. Maslov leert ons namelijk, dat de mens evolueert in vijf fasen. De eerste fase is die van de bevrediging van lijfelijke behoeften als voedsel, water en onderdak. Daarna zoekt hij veiligheid en bescherming. De derde fase is die van het zoeken en bevredigen van sociale behoeften. Wij willen erbij horen, lief hebben. Daarna willen wij gewaardeerd worden, erkend worden. We zoeken status. En tenslotte als wij deze fases, die vooral door de mate van welvaart worden bepaald, hebben doorworsteld, komt een tijd waarin wij ons overgeven aan zelf actualisering, zelf ontplooiing, spirituele verkenningen. Wat moet het dan vreselijk zijn als oorlogsvluchteling hier, terug geworpen te worden uit de vierde, vaak vijfde fase, naar de tweede zelfs eerste fase, terwijl zelfs die je niet worden gegund.

                    Nou zou je denken dat religie pas in de vijfde fase een rol gaat spelen, maar we zien dat die al van meet af aan ons begeleidt en beïnvloedt. En dat komt, zo kwam ik tot de slotsom, omdat religie de mens, net als Trump deed, vervult van hoop. En daarmee van wilskracht, agressie ook, om die hoop te realiseren. Pas in de vijfde fase nemen we de tijd, hebben we de wijsheid, om te relativeren, te onderzoeken, te apaiseren ook. Dat is waarom educatie zo belangrijk is. Kennis immers leidt ons naar en in die vijfde fase, wat kan leiden tot rationele dialogen, in plaats van hysterische razernij, discriminatie en de vlucht naar ultra rechts.

Terug in de tijd.              

                    Deze overpeinzing werd ook veroorzaakt door de aankondiging van Ed van der Elsken’s expositie “De Verliefde Camera”. Zij is tot 21 mei in Het Stedelijk te zien. Ik heb de tentoonstelling nog niet bezocht, maar ken Van der Elsken’s werk redelijk goed.

                    Hij was 15 jaar ouder dan ik en ik ontmoette hem toen ook hij bezig was, het zal 1969 geweest zijn, met het Nederlandse initiatief van het “Fund for Biafra’s Children”. Ik herinner mij nog dat we op het net door Abie Nathan aangekochte schip Cito in de Amsterdamse haven samen kwamen en vooral promotie en fondswerving bespraken. Het schip bracht voedsel naar Biafra en na vele, vooral financiële hindernissen,vaarde het naar de wateren voor Israel’s kust. Daar startte veel later in 1973 de piratenzender “The Voice of Peace”. Natuurlijk was Van der Elsken van de partij, want als er één betrokken was bij de mens en zijn vrijheid, dan was hij het. Trouwens, hij zou dacht ik een reportage gaan maken van de “Duivelskerk” in Noord-Holland!

                    Het was de tijd van Ban de Bom, Vietnam, het Gele Gevaar, het Rode Gevaar, De Muur. De tijd van een aarzelende welvaart en naderbij sluipende drugs (vooral nog marihuana en het “stickie”dat je doorgaf en daarmee zo goed paste bij de sceen). Krakers ook, romantisch met wat kaarsen rond een vuurtje, later gewelddadig in actie tegen de politie…Maar ook Parijs (1968!), naar de jazzkelders, de boekenstalletjes langs de Seine en de uiensoep bij de Hallen. Ik liep per ongeluk bij de opening van Niki de Saint Phalle’s eerste Nana expositie binnen. Nou ja, ik mocht vanaf de straat de receptie volgen. Van der Elsken fotografeerde die era. Prachtig van licht, prachtig uitgekaderd, vaak niet blij, altijd warm. Hij schetste een beeld van wat geen “goeie ouwe tijd” was, want het ontbrak te vaak aan hoop. Maar zij was wel dierbaar en vormend. Als u niet in Amsterdam zijn werk kunt zien, dan krijgt u nog de kans in Parijs in Jeu de Paume en daarna in Madrid.                      

Een succesje, een meevallertje.

                    Frankrijk kent maar weinig succes de laatste tijd. De boekenmarkt waarover ik in 2015 nog zo enthousiast schreef, toen terug uit een dal met een groei van bijna 2%, die in 2016 geheel teniet werd gedaan. Alleen de Engelse J.K.Rawling verkocht goed: 152.000 exemplaren in het Engels, jawel, en 851.800 Franse exemplaren van “Harry Potter et l’Enfant Maudit”. De gelijknamige film maakte van Paula Hawkins’ “La Fille du Train” een succes (440.000 exemplaren). Maar ook twee uitgerangeerde politici deden het goed: Sarkozy met “La France pour la Vie” en Hollande met “Un Président ne devrait pas dire ça…‘ waar iedereen hem gelijk in gaf! Beide boeken haalden een oplage van 173.000 exemplaren. Het e-boek steeg met 12% maar pakt maar 3% van de markt.

                    De boekhandel deelde in de neergang en verloor bijna 7% omzet ten koste van aankopen via internet en door de slechte economische omstandigheden. Ook de verkoop van bladen en magazines liep terug. Dat resulteerde in 2015 tot het verdwijnen van bijna 1000 verkooppunten terwijl er in 2016 nog eens 700 verdwenen. Momenteel zijn er 24.146 kiosken en andere outlets. Maar de BD, de Bandes Dessinées, de stripverhalen, doen het als altijd goed in Frankrijk. Zelfs na het recordjaar 2015, dat gekenmerkt werd door de verkoop van 1,5 miljoen Astérix strips, steeg de omzet met 0,2% tot €458 miljoen! Bijna een half miljard!

                    Niet vreemd, dat na deze teleurgang van het woord, ik een vurig pleidooi las onder de kop “Vive le français!”. De taal is ons kapitaal. Zij bindt ons, ze brengt ons verder. Zij is ons hart en stuwt ons bloed. En dus moet de Staat en het onderwijs de kennis ervan beschermen. Daarna volgt een historisch overzicht, waaruit blijkt dat de Staat vlak na de uitvinding van de boekdrukkunst verordent dat alle publicaties in het Frans moeten worden gedrukt (net zoals men er nu vanuit gaat dat overheidsfunctionarissen in het openbaar altijd Frans spreken). Daarna creëert Richelieu in 1635 de Académie Française, die de Franse taal moet zuiver houden en tenslotte mag Victor Hugo een loflied op de Académie dichten. Waarna het artikel eindigt met de unificatie van het Frans in de 19de en 20ste eeuw door voornamelijk het onderwijs. Maar het Frans is een moeilijke taal en wordt steeds slechter beheerst.       

                    Wat wel hoop geeft zijn de reclame uitgaven. Het wel en wee van de reclamewereld weerspiegelt de mate van vertrouwen in de economie. Over het algemeen stegen de media uitgaven met 8%, de detailhandel investeerde er 5% meer in. Renault werd de grootste adverteerder met 465 miljoen euro (wat waren we in Nederland vroeger al blij met een miljoen gulden budget). Op 4 volgde Peugeot (in 2015 nog 1) met €355 miljoen, op 6 Citroën. Lidl zette zijn aanval op de Franse markt kracht bij met 39% meer budget en werd 2de met €415 miljoen, gevolgd op 7 door Carrefour. Procter & Gamble (o.a. Pampers en Oral B.) eindigde op 3 met €387 miljoen, concurrent Unilever (o.a. Knorr en Dove) volgde op 9. En natuurlijk vinden we de telecom bedrijven Orange en SFR in de top 10: op 8 c.q. op 10 met €288 miljoen c.q. €260 miljoen reclamebudget.

                    De beroemde Publicis Drugstore werd in 1958 geopend door de legendarische Marcel Bleustein-Blanchet, toen directeur van reclamebureau gigant Publicis. In 1972 werd hij opgevolgd door Maurice Lévy, die er de op twee na grootste bureaugroep in de wereld van maakte. Nu wordt hij in juni opgevolgd door de 45 jarige Arthur Sadoun. Hij neemt een Groep over die maar matig groeit en door afschrijvingen en slechte resultaten in de VS, 2016 afsloot met een omzet van net geen 10 miljard euro en een verlies van dik 500 miljoen. Maar midden april zal de brasserie in de Publicis Drugstore, na meer dan 3 maanden renovatie, weer open gaan. Designer Tom Dixon

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter