Onderwijs

Examens voor het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT)

Door Jan Willem Noldus, 23 januari 2019

Bij het Nouveau Centre Néerlandais  doen ieder jaar, in de maand mei, zo’n 25 mensen examen voor het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT). . Het gaat hier om examens die wereldwijd plaatsvinden onder gezag van de Taalunie .  De examens dienen afgenomen teNCNT worden in een door de Taalunie erkende instelling. De niveaus variëren van A2 tot C1 (volgens het Europese kader). Veel kandidaten doen examen op niveau B2, zowel “Educatief-Startbekwaam” (toegang tot Nederlandse universiteiten) als “Professioneel”.

De kandidaten zijn volwassenen, met een zeer brede spreiding van leeftijdscategorieën. Ouderen die het voor hun plezier doen, maar ook jong-volwassenen die in Nederland of Vlaanderen willen gaan studeren. Daartussenin mensen die vanwege hun werk een goede kennis van het Nederlands nodig hebben en willen kunnen aantonen dat ze die ook echt bezitten.

Sommige jaren zijn er alleen maar Fransen; andere jaren zijn er soms ook Bac-kandidaten met een Nederlandse/Vlaamse achtergrond, die om de een of andere reden geen Nederlands als eindexamenvak kunnen doen in hun Franse Lycée. En vergeten we de kandidaten uit Brazilië, Luxemburg of Italië niet! Soms kunnen zij in hun eigen land geen examen voor het CNaVT doen, soms ook vinden ze het aantrekkelijk om in Parijs hun bekwaamheid in het Nederlands te tonen. Daar zit bij ieder een ander verhaal achter.

De examens CNaVT vinden niet plaats in een schools kader (dit in tegenstelling tot de examens Nederlands LV1, LV2, LV3 voor het Franse Baccalaureaat) maar in een door de Taalunie erkende instelling. De examens bestaan uit enkele schriftelijke gedeeltes, een luistergedeelte en een mondeling deel (het mondelinge deel wordt opgenomen volgens strikte voorschriften). De examens worden in Leuven beoordeeld. Het doet er voor de Taalunie niet toe hoe de kandidaten hun kennis van het Nederlands hebben verworven en waar de kandidaten examen doen.

Wat ons werk aan het NCNL (deze examens zijn daar maar een klein stukje van) boeiend maakt is het feit dat we voornamelijk met Fransen – vanaf 18 jaar – werken, die zich om uiteenlopende redenen (affectief – vanwege een relatie, professioneel of intellectueel – voor onderzoek) op Nederland oriënteren. Toch weer een heel ander publiek dan de kinderen van Nederlandstalige ouders die in Frankrijk gevestigd zijn.

Door Jan Willem Noldus, 23 januari 2019
Formateur en langue et culture néerlandaises, chargé du pôle services du Nouveau Centre Néerlandais
www.ncnl.eu

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter