Onderwijs

Een kijkje achter de schermen bij De Nederlandse School in Parijs

Een NTC-school in de praktijk

De Nederlandse school in Parijs (‘DNSP’) heeft een nieuwe directrice. Dat was voor de FANF een goede gelegenheid om meer te weten te komen over het Nederlandse onderwijs in Parijs.

  • door Anderske Luijk, Coördinator Onderwijs

Nederlandse School in Parijs

We spreken met Chantal Niels, de kersverse directrice van De Nederlandse School in Parijs.. Na haar opleiding tot danspedagoog aan de Hogeschool voor de kunsten Artez, heeft zij onder andere gewerkt in de culturele sector als uitvoerend danseres, en dansleidster van dansgezelschappen. Ze is als moeder, bestuurslid en daarna als docent al een aantal jaren betrokken bij DNSP. Ze heeft een bekwaamheidstraject bij Inholland DigiPabo afgelegd, en is sinds november 2021 schoolleider van DNSP.

De DNSP is een Nederlandse taal- en cultuurschool (NTC) aangesloten bij de stichting Nederlands Onderwijs Buitenland (NOB). De NOB is een stichting die Nederlandse scholen over heel de wereld verbindt en steunt door middel van onder andere het aanbieden van professionaliseringscursussen voor het personeel en webinars. Alle aangesloten scholen ontvangen via NOB een financiële bijdrage van het Ministerie van OCW. Deze NTC scholen volgen de speciale NTC-leerlijnen die gericht zijn op de Nederlandse kern- en tussendoelen en vallen onder de Onderwijsinspectie die de onderwijskwaliteit controleert.

De leerlingen van DNSP hebben een leeftijd van 3 tot 18 jaar en krijgen naast hun lokale Franse onderwijs, per week 3 uur Nederlandse taal- en cultuurles. Op de DNSP is dat op woensdagen, waar al hun 80 leerlingen verspreid over de hele dag, ondergedompeld worden in de Nederlandse taal en cultuur. De school is een vereniging met Franse statuten, waar kinderen van alle leeftijden en alle schooltypen mee kunnen doen.

Voor ouders in Frankrijk is het allang geen verrassing meer om te horen dat kinderen op de basisschool tot 16:00 naar school gaan en op de woensdag vrij zijn of een vrije middag hebben. Dat zijn volle dagen, waar tijd voor huiswerk en hobby’s ook meegerekend moet worden.
“Het volgen van Nederlandse lessen moet dus vooral een plezier zijn”, zegt Chantal Niels, directrice van DNSP. “Ons team, bestaande uit bevoegde en bekwame docenten uit verschillende domeinen (sport – dans – toneel – pabo) zorgen voor een rijk programma (download hier de schoolgids voor meer informatie over het programma). Omdat iedere leerling een ander taalniveau heeft op een andere leeftijd, is onze grootste uitdaging naar de leerbehoeften van elk kind te kijken en onze lessen te differentiëren. We willen de talenten van al onze docenten benutten en van én met elkaar leren, zodat de lessen leerzaam en gevarieerd zijn.”

“De kwaliteit van de lesinhoud staat voorop, we kijken heel kritisch naar onze manier van toetsing en de resultaten. De toetsen zijn niet bedoeld om de kinderen een cijfer te geven en op die manier te weten wie de beste van de klas is. Nee, met onze onafhankelijke toetsen (Cito, Boom) kunnen we de groei van de Nederlandse taal inzichtelijk krijgen en deze vergelijken met kinderen die op hetzelfde niveau les krijgen in Nederland en België. De toetsen zetten we formatief en diagnostisch in, om het leerproces van de leerling te volgen. We streven ernaar om zo veel mogelijk aan te sluiten bij het Nederlandse niveau, met in het achterhoofd dat onze leerlingen maximaal 2 niveaus achter kunnen lopen.

Wel hebben we de afgelopen tijd gezien dat de spelling van de kinderen niet al te best scoort, zoals wel meer blijkt op veel Nederlandse scholen in het buitenland. Ik wil dan natuurlijk weten of het aan ons onderwijsaanbod ligt of aan andere externe factoren. We kunnen onze zorgen delen met het NOB, die ons kan helpen bij het aanpassen van de lessen, zodat het in de toekomst beter zal gaan.”

Het taalniveau van leerlingen op NOB scholen wordt verdeeld in drie categorieën (‘Richtingen’):
Richting 1: leerlingen, die hetzelfde niveau als leeftijdsgenoten in Nederland hebben. Nederlands is voor beide ouders de gesproken thuistaal en bij goede taalontwikkeling, beheerst de leerling met 12 jaar het eind- basisschoolniveau van Nederland.
Richting 2: leerlingen mogen een achterstand van maximaal 2 jaar op leeftijdsgenoten hebben. Eén van de ouders spreekt Nederlands en dat maakt dat het Nederlands thuis de tweede gesproken taal is.
Richting 3: leerlingen spreken thuis maar af en toe Nederlands, beide ouders spreken een andere moedertaal.
“Op onze school zitten vooral R1 en R2 leerlingen; de meeste ouders zijn gesetteld, en we hebben dus weinig expats. Echter, we hebben een aannamebeleid waarbij we zullen kijken of het voor de R2 en sommige R3 leerlingen mogelijk is om deel te nemen aan het NTC-onderwijs. Anders moeten we ze verwijzen naar een ander type onderwijs om de taal aan te leren. Het liefst willen we ze natuurlijk allemaal een plekje geven. Deze richtingen zijn geen certificaat of diploma; het is alleen om de kinderen, scholen en docenten een indicatie te geven van hun niveau Nederlands.”

De ouders spelen een belangrijke rol in het leerproces, hun rol is van onschatbare waarde is bij het onderhouden en spreken van het Nederlands. Daarom is het van groot belang te weten in welke mate er thuis Nederlands gesproken wordt.
“We doen veel om de taal ook buiten de school een pertinente rol te laten spelen. We hebben een ouderavond begin van het jaar, twee rapportgesprekken met een daaropvolgend actiepunt voor thuis, herhalingsoefeningen en een nieuwsbrief met tips voor leesbevordering. Het allerbelangrijkste voor ons is dat de leerlingen plezier hebben in lezen, want daar leren ze zo veel van! Daarom organiseren we schoolbreed verschillende evenementen: de Poëzie- en Kinderboekenweek, Nationale voorleesdagen en hebben we een bibliotheek van 600 boeken opgezet.”

Dat neemt niet weg dat sommige leerlingen hun interesse kunnen verliezen.
“In CM2 (de Nederlandse groep 8, de kinderen zijn 10 jaar) hebben ze grote porties huiswerk en op het ‘college’ (de Nederlandse onderbouw, leeftijd tussen 11 en 14 jaar) wordt dat alleen maar meer! Hun interesses veranderen en leerlingen van deze leeftijd willen hun woensdag vaak anders besteden. Dat is logisch, maar is ook een beetje jammer. Daarom zijn we aan het kijken hoe we dit op een meer hybride manier vorm kunnen geven in de toekomst.”

“De kinderen verlaten de school als de tijd daar rijp voor is. » zegt Chantal tevreden. « In ieder geval is het team trots en blij een steentje bij gedragen te hebben aan de vorming van hun Nederlandse of Vlaamse identiteit, zodat ze dit kunnen meenemen in hun wereldburgerschap of bij terugkeer naar Nederland of België.”

De Nederlandse School in Parijs

Ter afsluiting van ons gesprek vraag ik Chantal of ze een paar tips heeft voor ouders om hun kinderen te helpen bij het leren van de Nederlandse taal.

Tip voor ouders:

  • Schrijf je kind in op een NTC-school (zie artikel Nederlands Onderwijs in Frankrijk))
  • Bied kinderen veel Nederlandse taal aan door het kijken naar Nederlandse tv-programma’s via de NPO-start app, of programma’s die je kunt terugkijken (Klokhuis, Schooltv, Studio Snuggger, Zap).
  • Speel veel (taal-)spelletjes met ouders, broertjes en zusjes (de Slimste Mens Junior).
  • Voorlezen of samen lezen
  • Volg eens een Nederlandse Youtuber (OnneDi, Enzo Knol, Dylan Haegens of de Zoete Zusjes).
  • Als je in Nederland bent, ga naar een museum. De Nederlandse musea hebben vaak een speciaal kinderprogramma (Mijn favorieten: Kinderboekenmuseum Den Haag, Corpus Den Haag, Nemo, Amsterdam, Villa Zebra, Rotterdam.

De Nederlandse School in Parijs
6-8 Rue du Cloître Saint-Merri
75004 Paris
www.denederlandseschoolparijs.fr

  • foto’s afkomstig van de website van de Nederlandse School