Juridisch Nieuws Algemeen

Echtscheiding in een Frans-Nederlandse situatie

Anna Gerlach
EchtscheidingMaster Droit privé, Université Paris I Panthéon- la Sorbonne
Master Droit des Affaires, Université Paris I Panthéon- la Sorbonne
Waarom dit artikel?

Als u besluit een verzoek tot echtscheiding te doen komt er veel op u af, terwijl het ook een heel emotioneel moment is. De echtscheiding kan financiële consequenties voor u hebben en in een internationale situatie kunt u voor eventueel onaangename verrassingen komen te staan. Dit komt doordat verschillende rechtbanken bevoegd kunnen zijn en ook door verschillen in nationaal recht. Ook als u niet wilt scheiden maar wel meer zekerheid en duidelijkheid wilt hebben over uw situatie is het verstandig hierover na te denken, juridisch advies in te winnen in geval van vermogensbelangen en eventueel samen rechtskeuzes te maken.
De materie is complex en diverse vragen kunnen op u afkomen al naar gelang uw situatie.

Heeft u bijvoorbeeld een vakantiehuis in Frankrijk? Bent u in Nederland getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden en woont u al een aantal jaren in Frankrijk? Woont één van u weer in Nederland en de ander nog in Frankrijk?echtscheiding

Welke rechtbank is bevoegd en waar kan ik mijn verzoek doen? Welk recht zal toegepast worden en kan ik zelf een keuze maken? Wordt de beslissing van een Franse rechter in Nederland erkend?

Europese regelgeving bepaalt welke rechtbank bevoegd is en welk recht zal worden toegepast. Dit is afhankelijk van uw situatie en er zijn veel verschillende bevoegdheidsgronden. Er zijn ook uitzonderingsgevallen. Als u het eens bent over welk recht u toegepast wilt hebben, heeft u soms een keuzemogelijkheid.

Ik geef een paar voorbeelden van situaties die zich voor kunnen doen. Deze voorbeelden zijn niet uitputtend en beperkt tot de Frans-Nederlandse situatie.

Als u beiden uw gewone verblijfplaats in Frankrijk hebt en samen een verzoek tot echtscheiding doet, kunt u zich wenden tot de Franse rechtbank, maar u zou dan eventueel samen kunnen kiezen voor toepassing van het Nederlandse recht. Als u geen keuze maakt is de hoofdregel dat het recht van de gewone verblijfplaats van de echtgenoten op het moment van indienen van het verzoek van toepassing is. Indien deze hoofdregel niet van toepassing is, kan een ander recht toegepast worden.

Als u beiden de Nederlandse nationaliteit hebt, kunt u ook een verzoek doen bij de Nederlandse rechtbank of als één van de partners al weer een tijdje in Nederland woont, kan deze partner het verzoek in Nederland doen. De Nederlandse rechter past voor verzoekers met de Nederlandse nationaliteit het Nederlandse recht toe.

Als één van de partners nog in Frankrijk woont terwijl de andere weer terug is gegaan naar Nederland, kan deze een verzoek tot echtscheiding doen bij de Franse rechter als Frankrijk de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten was.

In geval van verzoeken bij verschillende bevoegde rechtbanken, zal de rechtbank waar de procedure het eerst aanhangig is gemaakt een uitspraak doen over zijn bevoegdheid. Het kan dus van belang zijn dat u snel een beslissing neemt. Maar neem de beslissing nooit overhaast.

Het recht dat van toepassing is op de echtscheiding is niet altijd hetzelfde als het recht dat toegepast moet worden op de nevenvoorzieningen van de echtscheiding: de zorgregeling voor de kinderen, de alimentatie en de verdeling van een eventuele gemeenschap van goederen.

Zowel in Nederland als in Frankrijk is de hoofdregel dat de rechter die bevoegd is om de echtscheiding uit te spreken, ook bevoegd om een beslissing te nemen over de nevenvoorzieningen.

Na deze inleiding over bevoegde rechtbanken en toe te passen recht heeft u hier waarschijnlijk een beter beeld over. Maar om de keuze te doen, is het ook belangrijk iets meer te weten over hoe de procedure dan werkt volgens Nederlands en Frans recht en hoe het zit het met de nevenvoorzieningen.

In dit artikel zal ik een aantal aspecten belichten, met name de verschillende echtscheidingsprocedures, de erkenning van de echtscheiding, en twee nevenvoorzieningen van de echtscheiding: de alimentatie en de verdeling van de gemeenschap van goederen.

Allereerst de procedure en de verschillen tussen het Nederlandse en Franse recht hieromtrent.

Ontbinding van het huwelijk door echtscheiding

In grote lijnen komen de Franse en Nederlandse regelgeving betreffende ontbinding van het huwelijk door echtscheiding overeen.

Er zijn echter ook verschillen in regelgeving tussen de beide landen.

Als u besluit uw verzoek in Nederland te doen, waarbij het Nederlandse recht zal worden toegepast als u beiden de Nederlandse nationaliteit bezit, is er maar één echtscheidingsgrond (duurzame ontwrichting van het huwelijk ) en kan de ontbinding van het huwelijk alleen door een rechter uitgesproken worden. De duurzame ontwrichting van het huwelijk hoeft niet bewezen te worden als de echtgenoten een gemeenschappelijk verzoek doen met behulp van een advocaat. Een echtscheidingsconvenant en eventueel een ouderschapsplan worden bijgevoegd.

Als u besluit in Frankrijk te scheiden, is de Juge aux Affaires familiales bevoegd zowel voor het uitspreken van de echtscheiding als voor de regelingen die getroffen moeten worden betreffende de kinderen, de alimentatie en de ontbinding van het huwelijksvermogensregime.

Als het Franse recht wordt toegepast op de ontbinding van uw huwelijk door echtscheiding kunt u kiezen uit vier echtscheidingsgronden: gemeenschappelijke instemming, aanvaarding van het principe om het huwelijk te ontbinden, duurzame ontwrichting van het huwelijk en fout van één of beide echtgenoten.

Er bestaat sinds 1 januari 2017 een vorm van echtscheiding buiten de rechter om, in geval van gemeenschappelijke instemming. Het huwelijk kan dan ontbonden worden door middel van een onderhandse door twee advocaten opgestelde akte, mede ondertekend door deze advocaten. De echtgenoten moeten het eens zijn over de ontbinding van het huwelijk en de gevolgen hiervan.

De notaris verifieert of aan de formele eisen is voldaan en maakt melding van de onderhandse akte in een notariële akte, waardoor deze een vaste datum krijgt, begint te werken en uitvoerbaar is. In geval van een “internationale” echtscheiding, kan de notaris op verzoek een zogenaamd certificaat afgeven (zie hieronder bij erkenning van deze vorm van ontbinding van het huwelijk).

Deze moderne manier van echtscheiding is niet mogelijk

  • als er minderjarige kinderen zijn die de leeftijd hebben bereikt waarop ze kunnen beslissen door de rechter te willen worden gehoord en aangegeven hebben dit te wensen
  • als één van de echtgenoten onder curatele staat.

In die gevallen moet een verzoek worden gedaan bij de rechtbank, zodat het echtscheidingsconvenant kan worden voorgelegd aan de rechter.

Het is vooral in een internationale situatie van belang dat de echtscheiding ook buiten Frankrijk wordt erkend. De vraag rijst dan op of deze moderne vorm van echtscheiding buiten Frankrijk wordt erkend en ten uitvoer gelegd kan worden.

Erkenning en ten uitvoerlegging

Een in het buitenland uitgesproken echtscheiding wordt in Nederland erkend, als deze tot stand is gekomen door de beslissing van een rechter. Een voor de Franse rechtbank tot stand gekomen echtscheiding wordt dus zonder probleem in Nederland erkend.

Voor wat betreft de“ privé-echtscheiding” buiten de rechtbank om, is nog onduidelijk of deze in alle gevallen buiten Frankrijk erkend wordt.

Europese regelgeving geeft aan dat onder een rechter wordt verstaan: rechter of drager van bevoegdheden gelijkwaardig aan die van een rechter (…).

In de Franse wet is geregeld dat als het huwelijk ontbonden is door middel van een onderhandse akte, de notaris die een notariële acte opmaakt om de onderhandse acte een vaste datum te geven, bevoegd is om het certificaat af te geven, waardoor de ontbinding van het huwelijk en de ouderlijke verantwoordelijkheden ten uitvoer gelegd en erkend kunnen worden. Dit is een uitzondering op de hoofdregel die aangeeft dat een dergelijk certificaat door de rechtbank wordt afgegeven.

Of de echtscheiding wel of niet erkend wordt in een andere lidstaat, wordt bepaald door een Europese Verordening. Deze verordening maakt geen expliciete melding van de “privé-echtscheiding”, omdat dit een relatief modern fenomeen is, dat voortkomt uit het feit dat het huwelijk steeds minder een “instituut” is.

Het Europese Hof van Justitie heeft nog geen uitspraak gedaan over de verenigbaarheid van deze regelgeving met de Europese Verordening.

In een internationale situatie, in geval van financiële belangen of onroerend goed in Nederland, zorgregeling voor de kinderen of alimentatie in internationaal verband, raden de juristen die ik hierover heb gesproken deze procedure af omdat nog niet duidelijk is of de erkenning in alle gevallen goed verloopt. Het is in een dergelijk geval beter het zekere voor het onzekere te nemen en, tot hierover meer duidelijk is, het verzoek bij de rechtbank in te dienen.

Ik ga nu verder in op de nevenvoorzieningen van de echtscheiding.

In het volgende hoofdstukje bespreek ik de mogelijkheid om een verzoek tot alimentatie te doen. Zowel het Franse als het Nederlandse recht biedt deze mogelijkheid.

De compensatiemaatregelen /alimentatie

In Frankrijk kan de rechter  volgens het Franse recht één van de echtgenoten verplichten om de door de ontbinding van het huwelijk ontstane grote verschillen in levensomstandigheden te compenseren (prestation compensatoire). De hoofdregel is dat dit een bedrag is dat in één keer wordt betaald. De rechter houdt bij het vaststellen van deze compensatie rekening met de omstandigheden van de ontbinding van het huwelijk, de carrièremogelijkheden, het vermogen, de inkomsten, of één van de echtgenoten een aantal jaren niet heeft gewerkt om de kinderen op te voeden, de duur van het huwelijk, de gezondheid van de beide echtgenoten, de te verwachten pensioenrechten, etc. De rechter kan eventueel betalingsmodaliteiten vaststellen, met een maximumtermijn van acht jaar.

De echtgenoot die de compensatie moet betalen, kan in dit laatste geval verzoeken om herziening van deze modaliteiten in geval van een ingrijpende verandering in zijn situatie.

In Nederland kan de rechter volgens het Nederlandse recht bij de echtscheidingsbeschikking of bij latere uitspraak aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten heeft op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen. Hierbij kunnen voorwaarden en een termijn worden vastgesteld. De hoofdregel is dat de uitkering niet langer dan twaalf jaar na de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand duurt. In uitzonderingsgevallen bestaat een mogelijkheid tot verlenging. Als het huwelijk minder dan 5 jaar heeft geduurd en er geen minderjarige kinderen zijn, zal de uitkering maar voor het aantal jaren dat het huwelijk heeft geduurd toegekend worden.

Deze verplichting tot levensonderhoud eindigt wanneer de wederpartij opnieuw in het huwelijk treedt, een geregistreerd partnerschap aangaat dan wel is gaan samenleven “als waren zij gehuwd”. Dit is niet altijd gemakkelijk te bepalen en kan bewijsproblemen opleveren.

Een andere nevenvoorziening van de echtscheiding, welke ik nu zal bespreken, is de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel. Op het moment van de echtscheiding behoudt ieder zijn privévermogen en als er een gemeenschappelijk vermogen is moet dat verdeeld worden. Er moet vastgesteld worden onder welk stelsel de echtgenoten zijn getrouwd als er geen huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld.

De ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel en verdeling van het gemeenschappelijk vermogen.

Om het huwelijksvermogensregime te kunnen ontbinden, moet bekeken worden wat het tussen de echtgenoten geldende huwelijksvermogensrecht is. Het is hierbij van belang of er huwelijkse voorwaarden zijn opgesteld, en, indien dat niet het geval is, welk wettelijk huwelijksvermogensstelsel van toepassing is. De verschillen tussen het Nederlandse wettelijke huwelijksvermogensstelsel, zoals dat gold tot 1 januari 2018, en het Franse wettelijke huwelijksvermogensstelsel zijn groot. Voor echtgenoten die gehuwd zijn volgens het nieuwe wettelijke Nederlandse stelsel, dat van kracht is sinds 1 januari 2018, komen de Nederlandse en Franse stelsels wel in grote lijnen overeen. Heeft u dan ook geen huwelijksvoorwaarden gemaakt, dan is het voor de vraag welk vermogen van wie is of aan wie toekomt heel belangrijk om te weten welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is.

De rechter zal vaststellen welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime (en dus de verdeling van de gemeenschappelijke goederen).

Ten aanzien van personen die gehuwd zijn vanaf 1 september 1992, geldt het Haags Huwelijksverdrag. Dit verdrag bepaalt welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime: dit toe te passen recht is in principe afhankelijk van de gedane rechtskeuze, die gedaan kan worden bij notariële acte.

Als er geen rechtskeuze is gemaakt, dan kan het recht van het land waar u samen na het sluiten van het huwelijk uw eerste gewone verblijfplaats had, dan wel het recht van het land waarvan u samen de nationaliteit heeft, van toepassing zijn. Het betreft geen keuze tussen het recht van de eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats dan wel de gemeenschappelijke nationaliteit. Het Haags Huwelijksvermogensverdrag geeft hier de regels (zoals gezegd: voor personen gehuwd vanaf 1 september 1992).

Wanneer tot de slotsom gekomen wordt dat het Nederlandse recht toepasselijk is en de echtgenoten voorafgaande aan hun huwelijk geen huwelijksvoorwaarden hebben opgesteld, dan is tussen de echtgenoten het Nederlandse wettelijke stelsel van toepassing, dat voor huwelijken, aangegaan voor 1 januari 2018, de algemene gemeenschap van goederen is.

Zou tot de slotsom gekomen worden dat het Franse recht toepasselijk is en de echtgenoten geen huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt, dan vallen in de wettelijke Franse gemeenschap alle goederen, door ieder van de echtgenoten afzonderlijk of door hen samen vanaf de aanvang van de gemeenschap tot haar ontbinding verkregen, die voortkomen uit hun werk en/of uit vruchten en inkomsten van eigen goederen. Hier vallen goederen verkregen door erfenis of gift buiten.

Let op: Het huwelijksvermogensstelsel kan automatisch veranderen! Bijvoorbeeld in de situatie dat u beiden de Nederlandse nationaliteit hebt en in Nederland uw eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats had, maar na een aantal jaren huwelijk naar Frankrijk bent geëmigreerd en daar inmiddels 10 jaren woont: vanaf het moment dat u 10 jaren in Frankrijk woont is het Franse wettelijke stelsel van toepassing. Er zijn in deze situatie twee huwelijksvermogensstelsels van toepassing: het Nederlandse ten aanzien van de periode vanaf het huwelijk tot aan het moment dat u 10 jaren in Frankrijk woont en het Franse vanaf het moment dat u 10 jaren in Frankijk woont.

Bij de verdeling van de gemeenschappelijke goederen kunnen fiscale aspecten tevens van belang zijn.

Een punt van aandacht is het zogenaamde “droit de partage” van 2,5% dat de Franse fiscus in geval van verdeling van roerend of onroerend goed heft overal het vermogen dat bij een akte wordt verdeeld. Zelf als de verdeling volgens Nederlands recht in Nederland heeft plaatsgevonden en de akte in Frankrijk gebruikt moet worden voor de tenaamstelling van bijvoorbeeld het Franse vakantiehuis, welke huis bij de verdeling in de akte is meegenomen, is deze belasting van 2,5 % verschuldigd over al het in de akte genoemde verdeelde vermogen.

In geval van scheiding buiten de rechter om, stellen de advocaten het echtscheidingsconvenant op waarin melding wordt gemaakt van de verdeling van het gemeenschappelijke vermogen. Ook over het in deze akte genoemde vermogen moet 2,5 % belasting worden betaald.

Het is echter mogelijk de gemeenschappelijke woning of het vakantiehuis nog niet te verdelen maar een “convention d’indivision” bij de notaris op te laten stellen, waardoor het huis gemeenschappelijk eigendom blijft. In dat geval hoeft geen “droit de partage” te worden betaald over de waarde van dit onroerend goed. Het wordt immers niet verdeeld. Wordt dit onroerend goed in de toekomst toch nog aan één van beide ex-echtgenoten toegedeeld, dan is dit droit de partage alsnog verschuldigd. Indien het onroerend goed niet wordt verdeeld maar na de echtscheiding door de beide ex-echtgenoten wordt verkocht, waarna de verkoopprijs wordt verdeeld zonder dat daarbij een (verdelings)akte wordt opgemaakt, dan is de droit de partage niet verschuldigd.

U ziet dat de materie complex is en dat er veel verschillende aspecten naar voren komen. Ik hoop dat dit artikel een beetje helderheid heeft kunnen verschaffen en u in ieder geval attent heeft gemaakt op het belang van deze zaken.

Tot slot

Dit artikel heeft niet de pretentie volledig te zijn, bevat informatieve, algemene besprekingen en kan in geen geval als juridisch advies worden beschouwd. Ik ben geen professioneel jurist en schrijf dit artikel louter uit interesse. Ik aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige schade die iemand zou ondervinden door voort te gaan op deze informatie. Als u besluit een verzoek tot echtscheiding in te dienen, er sprake is van een ingewikkelde internationale situatie waarin vermogensbelangen spelen, neem dan contact op met een advocaat of notaris met kennis van zaken.

18 juni 2018

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter