Juridisch Fiscaal

CLint Goffin: Miljoenen euro’s zouden kunnen worden gerestitueerd

De Franse Bestuursrechter kent het recht op restitutie van de sociale heffingen (CSG/CRDS) toe aan Europeanen die een tweede huis in Frankrijk hebben verkocht tussen 2016 en 2018, miljoenen

goffin van akenClint Goffin voor de Fanf: Miljoenen euro’s zouden kunnen worden gerestitueerd aan niet-ingezetenen (personen die elders in Europa wonen) en die hun tweede huis in Frankrijk hebben verkocht tussen 2016 en 2018 en die daarbij sociale lasten hebben betaald (“CSG et CRDS”) over de meerwaarde (“plus-value”) die zij daarbij gerealiseerd hebben: dat wil zeggen een bedrag overeenkomstig van 15,5% van deze meerwaarde voor een verkoop in 2017 en 17,2% voor een verkoop die heeft plaatsgevonden in 201Cint Goffin van Aken8.

 De Franse Raad van State heeft namelijk kortgeleden geoordeeld dat deze heffingen in strijd zijn met het Europees recht middels twee uitspraken van 16 april 2019 en 1 juli 2019, waarmee definitief het recht op restitutie wordt toegekend.

De hoogste Franse rechtbank is van mening dat de sociale heffingen (CSG, CRDS e.a.) in strijd zijn met het Europese principe van eenheid van sociale wetgeving dat erin voorziet dat personen die onder het sociale zekerheidsstelsel van een andere Europese lidstaat vallen, niet verplicht kunnen worden bij te dragen aan het Franse sociale zekerheidsstelsel. De Franse belastingdienst had derhalve niet het recht de vermogenswinst gerealiseerd door niet-ingezetenen, die niet onder het Franse sociale zekerheidsstelsel vallen, aan deze sociale heffingen te onderwerpen.

ls gevolg van deze uitspraken zijn alle belastingvoorschriften voor een dergelijke belastingheffing in strijd met het Europees recht ingetrokken.

Niet-ingezetenen die in Frankrijk een huis hebben verkocht (of huurinkomsten hebben genoten) kunnen van nu af aan op grond van deze jurisprudentie de restitutie eisen van de sociale heffingen die zij voldaan hebben over hun inkomsten uit vermogen (de plus-value over onroerend goed of huurinkomsten) maar alleen voor de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2018.

Justitie had hiervoor al in 2015 gewaarschuwd maar dit heeft de Franse regering er niet van weerhouden een wet aan te nemen die de sociale heffingen vanaf 1 januari 2016 opnieuw instelde om dit later weer terug te draaien middels de Wet op de financiering van de sociale zekerheid 2019 die deze sociale heffingen voor de toekomst definitief afschaft.

In het arrest van 16 april 2019 bevestigt de Franse Raad van State dat de wet van 2015 in strijd is met het Europees recht waarmee de weg openstaat voor restitutieclaims van miljoenen euro’s.

DE FEITEN IN DETAIL

Het beginsel van eenheid van sociale wetgeving zoals bedoeld in de Europese Verordening nr. 1408/71 werd door het Hof van Justitie van de Europese Unie aangehaald in zijn arrest “De Ruyter” van 26 februari 2015. Op grond van dit beginsel is het verboden om van een persoon te eisen dat hij sociale bijdragen betaalt over inkomsten uit vermogen in een andere staat dan die waartoe hij behoort voor zijn sociale zekerheidsstelsel.

De Franse Raad van State heeft zich op dezelfde lijn gesteld als in het arrest van 17 april 2015. Gedwongen zich aan deze Europese besluiten te conformeren, heeft de Franse belastingdienst, overigens niet zonder moeite, geaccepteerd deze sociale heffingen te restitueren wat een overbelasting van de belastingdienst tot gevolg heeft gehad door het grote aantal restitutieverzoeken dat moest worden afgehandeld.

Vervolgens heeft de Franse regering getracht de jurisprudentie van het arrest « De Ruyter » te niet te doen middels de nieuwe wet op de financiering van de sociale zekerheid 2016 (Wet n°2015-1702 van 21 december 2015), waarmee de aanwending van de opbrengst van de sociale heffingen werd aangepast door een bepaling, namelijk artikel 24 van deze wet. Volgens deze wet van 2015 werd de opbrengst van deze heffingen gebruikt ter financiering van een aantal sociale instellingen – te weten het Fonds de solidarité vieillesse (FSV), een solidariteitsfonds voor ouderen, de Caisse d’amortissement de la dette sociale (Cades), Bank voor aflossing van de sociale schuld en de Caisse nationale de solidarité pour l’autonomie (Cnsa), een solidariteitsfonds voor het behoud van de autonomie van personen – die allen uitkeringen verstrekken zonder een contributie- of bijdrageplicht, dit betekent dat uitkeringen worden toegekend zonder dat de begunstigden hebben bijgedragen aan een verplicht sociaal zekerheidstelsel.

Dankzij deze vernieuwde toekenning kon de regering de inkomsten uit vermogen van belastingplichtigen die onder het sociale zekerheidsstelsel van een andere EU lidstaat of Zwitserland vallen, opnieuw aan sociale heffingen onderwerpen, te weten:

  • Niet-ingezetenen die niet onder het Franse sociale zekerheidsstelsel vallen, voor wat betreft hun inkomsten of plus-value uit onroerend goed in Frankrijk en
  • grensarbeiders, als zij voor hun sociale zekerheid vallen onder het stelsel van de lidstaat waar zij werken.

Voor deze twee groepen belastingbetalers (niet-ingezetenen en grensarbeiders, is deze principeuitspraak van de Raad van State nu tussenbeide gekomen om de Franse regering op de vingers te tikken.

Voor niet-ingezetenen heeft de Raad van State middels de uitspraak van 16 april 2019 de door de Franse overheid uitgevaardigde belastingregels betreffende de sociale heffingen op de plus-value behaald door de verkoop van onroerend goed vernietigd, aangezien de inhoud van deze Franse belastingwetgeving in strijd is met het Europees recht.

Wat grensarbeiders betreft, is de Raad van State middels de uitspraak van 1 juli 2019 van mening dat, voor zover zij sociale uitkeringen financieren, deze sociale premies binnen de werkingssfeer van de Verordening (EG) nr. 883/2004 vallen en derhalve onderworpen zijn aan het beginsel van eenheid van wetgeving waarin deze tekst voorziet, wat betekent dat grensarbeiders niet kunnen worden onderworpen aan de betaling van sociale premies in een andere staat dan die waarvan zij afhankelijk zijn voor hun sociale zekerheid.

In reactie op deze twee uitspraken heeft de Franse regering besloten het systeem ter financiering van de Franse sociale zekerheid in overeenstemming te brengen met de Europese Verordening n°883/2004.

Het Franse Parlement heeft de sociale heffingen in de toekomst afgeschaft door de Wet ter financiering van de sociale zekerheid voor 2019. Volgens artikel 26 van deze wet zijn belastingplichtigen  – of ze nu al dan niet fiscaal in Frankrijk gevestigd zijn – in de toekomst vrijgesteld van heffingen in het kader van de CSG en CRDS over hun inkomsten uit vermogen indien zij verplicht onder het sociaal zekerheidsstelsel vallen van een andere lidstaat van de Europese Unie of Zwitserland. Wel moeten zij vanaf nu een nieuwe heffing over deze inkomsten betalen, te weten een solidariteitsheffing van 7,5% volgens artikel 235 ter van de CGI, de Franse belastingwetgeving.

Er dient gewezen te worden op het feit dat de intrekking alleen voor toekomstige gevallen geldt en dat

de belastingdienst niet zelf tot restitutie zal overgaan van de reeds betaalde heffingen in de afgelopen twee jaren, 2017 en 2018. Voor deze overgangsfase moet de belastingplichtige zelf het initiatief nemen door een restitutieprocedure te starten.

Mr. Clint Goffin van Aken, Avocat
Cabinet d’Avocat Goffin van Aken
13, allée des Marquises
67000 Strasbourg
E-mail: [email protected]
26 augustus 2019

 

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter