Nieuws Algemeen Zorg

Brief inzake discriminatie van Nederlandse verdragsgerechtigden in EU

Betreft Commissiebrief Tweede Kamer inzake Verzoek om reactie op brief inzake discriminatie van Nederlandse verdragsgerechtigden in de EU m.b.t. mogelijkheid om over te stappen naar andere zorgverzekeraar

Datum 18 april 2018,
de minister voor Medische Zorg en Sport, Bruno Bruins aan de Voorzitter van de 2de kamer:

Geachte voorzitter,
U heeft mij een brief gestuurd met kenmerk 2018Z03310 van 22 februari, waarin u mij verzoekt om te reageren op een door u ontvangen email aangaande beweerde discriminatie van verdragsgerechtigden die in het buitenland wonen.

De schrijvers van de door u ontvangen email zijn van mening dat het discriminerend is dat de verdragsgerechtigden niet jaarlijks over kunnen stappen van zorgverzekeraar. Daarnaast wordt in de email gesteld dat het Hof van Justitie van de EU heeft geconcludeerd dat Nederland discrimineert. Ten slotte wijzen de schrijvers op de mogelijkheid van het dubbel betalen van een bijdrage voor de zorg en maatregelen die zijn doorgevoerd en die, volgens de schrijvers, een nadelige uitwerking hebben op burgers met een Nederlands pensioen die in het buitenland wonen, zoals de aanpassing van de woonlandfactor.

In mijn reactie zal ik de systematiek van het recht op zorg ten laste van Nederland voor verdragsgerechtigden uiteenzetten omdat het door deze systematiek niet mogelijk is voor verdragsgerechtigden om jaarlijks van zorgverzekeraar te wisselen. Daarnaast zal ik ingaan op de vermeende discriminatie, de mogelijkheid van dubbele betaling en het systeem van de woonlandfactor.

Op basis van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) is een ieder die in Nederland woont of werkt van rechtswege Wlz-verzekerd. De Zorgverzekeringswet (hierna Zvw) stelt dat een ieder die op basis van de Wlz van rechtswege verzekerd is, verplicht is om een zorgverzekering af te sluiten. Mensen die niet in Nederland wonen of werken, en eventueel hun gezinsleden, kunnen geen Nederlandse zorgverzekering afsluiten.
Om te voorkomen dat migrerende burgers met betrekking tot hun wettelijke ziektekostendekking tussen wal en schip vallen zijn er in de EU afspraken gemaakt over welke ziektekostenwetgeving van toepassing is op EU burgers. Deze afspraken zijn neergelegd in verordening (EG) 883/04 inzake de coördinatie van sociale zekerheid (hierna: de verordening), die een sluitend stelsel van
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal conflictregels bevat voor het bepalen van de toepasselijke wetgeving en de export van aanspraken, waar onder medische zorg.

Op grond van deze verordening hebben mensen met een Nederlands wettelijk pensioen, of een daaraan gelijkgesteld pensioen, in de lidstaat waar zij wonen recht op medische zorg ten laste van Nederland. Zij zijn hiervoor een zogeheten verdragsbijdrage verschuldigd aan Nederland. Het CAK draagt zorg voor de betaling van de zorgkosten van deze verdragsgerechtigden aan het woonland en
int de verschuldigde verdragsbijdrage. Doordat verdragsgerechtigden niet de mogelijkheid hebben om een zorgverzekering af te sluiten, is het ook niet mogelijk om jaarlijks te wisselen van zorgverzekeraar. Dit neemt niet weg dat verdragsgerechtigden hun recht op zorg
ten laste van Nederland volledig kunnen effectueren. De schrijvers geven aan dat het Hof van Justitie van Europese Unie (EU) heeft
geconcludeerd dat er sprake was van discriminatie op dit terrein. Ik deel deze mening niet. Het Hof van Justitie van de EU heeft in zijn uitspraak Van Delft1* geoordeeld dat de Zvw niet in strijd is met Europese regelgeving en dat de regels   van de Europese sociale zekerheidsverordening een verplicht karakter hebben.
Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat ook bij de invoering van de Zvw in 2006 er geen sprake is geweest van een ongunstigere behandeling van burgers die met een Nederlands pensioen in een ander EU-land wonen ten
opzichte van burgers die in Nederland wonen 2*

 De organisatie van de zorg is een exclusieve nationale bevoegdheid. Elke lidstaat kan zijn eigen keuzes maken ten aanzien van de organisatie van het gezondheidszorgsysteem en de financiering daarvan. In Nederland is sprake van premiefinanciering, in sommige andere lidstaten worden de kosten van het gezondheidszorgsysteem via belastingheffing gefinancierd, dan wel een combinatie van beide. Omdat er geen Europese coördinatie is tussen sociale zekerheidsstelsels en stelsels van belastingheffing kan dit erin resulteren dat mensen via de belasting meebetalen aan het zorgstelsel in hun woonland en tevens een verdragsbijdrage aan Nederland verschuldigd zijn. Voor dit probleem
van dubbele betaling zou een oplossing gevonden moeten worden op Europees niveau. Dat is tot op heden echter niet gebeurd. Er zijn EU-lidstaten, zoals Zweden, die verdragsgerechtigden een korting geven op de te betalen belastingen. Hierdoor wordt de verdragsgerechtigde (deels) gecompenseerd.

De eerder genoemde verplichte verdragsbijdrage wordt door Nederland ingehouden op het wettelijk pensioen en bestaat uit één nominale bijdrage en twee inkomensafhankelijke bijdragen. De nominale premie die gehanteerd wordt voor de verdragsbijdrage is gebaseerd op de door de minister van VWS vastgestelde standaardpremie. Deze standaardpremie wordt gevormd door de geraamde gemiddelde premie voor een verzekerde voor een verzekeringsjaar te vermeerderen met het geraamde gemiddelde bedrag dat een verzekerde naar
verwachting in dat jaar betaalt ingevolge artikel 19 van de Zvw (lees: het verplichte eigen risico voor de zorgverzekering). De inkomensafhankelijke premies zijn in hoogte gelijk aan de Wlz-premie en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.
De verdragsbijdrage wordt vermenigvuldigd met een woonlandfactor. De woonlandfactor is een verhoudingsgetal dat wordt berekend uit de verhouding tussen de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon ten laste van de sociale ziektekostenverzekering in het woonland van deze persoon en de gemiddelde uitgaven voor zorg voor een persoon uit hoofde van de Zvw en Wlz in Nederland. Met de woonlandfactor worden verschillen in niveau van zorg tot uitdrukking gebracht en de verdragsbijdrage gecorrigeerd. De gekozen systematiek ten aanzien van de zorg voor mensen met een Nederlands wettelijk pensioen, en hun gezinsleden, die woonachtig zijn in de EU of EER, resulteert erin dat deze groep geen zorgverzekering heeft in de zin van de Zvw. Hierdoor is het ook niet mogelijk voor hen om jaarlijks te wisselen zorgverzekeraar. Het feit dat er een andere systematiek wordt gehanteerd betekent niet dat er sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid.
Verdragsgerechtigden kunnen volledig hun recht effectueren. Het Hof van Justitie van de EU en de Centrale Raad van Beroep hebben geoordeeld dat er geen sprake is van discriminatie. Ik betreur het dat er Nederlandse burgers zijn die het gevoel hebben dat zij achtergesteld worden omdat zij niet in Nederland woonachtig zijn.
Ik hoop dat ik u hiermee voldoende geïnformeerd heb.

Hoogachtend,
de minister voor Medische Zorg en Sport,
Bruno Bruins

1* Arrest van het Hof van Justitie van de EU, 14 oktober 2014, Van Delft, C-345/09
2* ECLI:NL:CRVB:2011:BU7125

Bron Rijksoverheid

Over de auteur

Redactie FANF

Laat een bericht achter