• Normandië
    Normandië
    De Nederlandse vereniging van Normandië
  • Grenoble
    Grenoble
    Association Alpes Pays Bas
  • Bretagne
    Bretagne
    Cercle Neerlandais de Bretagne
  • Montpellier
    Montpellier
    CNM/NVM Montpellier
  • Languedoc-Roussillon
    Languedoc-Roussillon
    Nederlandse Vereniging Languedoc Roussillon NVLR
  • Dordogne
    Dordogne
    La Tulipe
  • Toulouse
    Toulouse
    Neerlandia Toulouse
  • Strasbourg
    Strasbourg
    Nederlandse vereniging Straatsburg e.o.
  • Pays de Gex
    Pays de Gex
    De vereniging van de pays de Gex!
  • Lyon
    Lyon
    Lys-Oranje, De Nederlandse vereniging van Lyon en omstreken
  • Rouen
    Rouen
    De Nederlandse Vereniging van Rouen
  • Midi
    Midi
    ANM Association Néerlandaise de Midi
  • Parijs
    Parijs
    De Nederlandse Vereniging voor Parijs en omgeving
  • Lille
    Lille
    Cercle Néerlandaise
  • Côte d'Azur
    Côte d'Azur
    De Nederlandse Club Côte d'Azur

Zoek artikel

Gouden Gids

Gouden Gids

reactie fanf op vws

De reactie van de Fédération des Associations Néerlandaises en France (FANF) op de VWS-Verzekerdenmonitor 2011, met daaronder de brief van de directie Zorgverzekeringen van het ministerie van Volksgezondheid,Welzijn en Sport

In paragraaf 4.5 getiteld ‘Relevante ontwikkelingen’ van de Verzekerdenmonitor 2011 wordt vermeld dat in het Masterplan Buitenland (over de internationale gevolgen van de Zvw) en de wijzigingen van de Regeling zorgverzekering tot vaststelling van de woonlandfactoren voor 2008 en 2009 reeds is aangegeven dat de gevolgen van deze wijzigingen nauwlettend gevolgd zullen worden en mogelijk kunnen leiden tot een hogere verdragsbijdrage. De wijzigingen in de regelgeving, ingevoerd op 1 mei 2010, betreffen het recht om zonder tussenkomst van het orgaan van de woonplaats zorg in te roepen in Nederland en de wijziging in de kosten van de EHIC voor zorg ingeroepen bij tijdelijk verblijf van een verdragsgerechtigde buiten zijn woonland die nu ten laste van Nederland komen.

De dreiging van een hogere verdragsbijdrage was voor de FANF aanleiding om onder haar leden een enquête te houden ten einde inzicht te verkrijgen in het beroep dat zal worden gedaan op het recht om zonder tussenkomst van het orgaan van de woonplaats zorg in te roepen in Nederland (zie bijlage). Op de enquête werden tot eind 2011 460 reacties ontvangen. Uit de reacties blijkt dat sinds het invoeren van de nieuwe regelgeving tot eind 2011 29% voor de keuze van behandeling in Nederland heeft gestaan en dat 9,5% van deze keuze gebruik heeft gemaakt. Dit komt goed overeen met de 4% over de periode 01/05/2010 – 31/12/2010 die in de Verzekerdenmonitor 2011 wordt genoemd. In de toekomst verwacht 30% van deze regeling gebruik te maken. Dit betekent niet 30% per jaar maar op grond van deze cijfers mag men aannemen dat toch zeker 10% van de verdragsgerechtigden per jaar van deze regeling gebruik zal gaan maken. Daarmee wordt de kans groot dat dit tot een hogere verdragsbijdrage zal leiden. Op basis hiervan heeft de FANF besloten een pro-actieve opstelling te kiezen met het toezenden van deze reactie.

Het bestuur van de FANF is van mening dat de cijfers in de Verzekerdenmonitor 2011 uitwijzen dat er geen reden is om de verdragsbijdrage te verhogen. Tevens is het bestuur, op basis van onderzoek onder haar leden, van mening dat het recht om zonder tussenkomst van het orgaan van de woonplaats zorg in te roepen in Nederland een optie dient te zijn wanneer dit zou leiden tot een afzonderlijke component in de verdragsbijdrage naast de bijdrage gebaseerd op de forfaitaire bijdrage aan het woonland. Het bestuur staaft deze mening met de volgende argumenten:

1.    De Verzekerdenmonitor 2011 laat zien dat er in 2010 17,8 M€ aan bijdragen werd ontvangen en 10,6 M€ aan Frankrijk werd afgedragen. Aannemende dat deze recente cijfers de correcte cijfers zijn betekent dit dat de verdragsbijdrage aanzienlijk dient te worden verlaagd. Mocht dit cijfer niet correct zijn in het perspectief van de aanzienlijk hogere bijdragen in 2009 en 2008 dan nog blijven de volgende argumenten van kracht.
2.    Wanneer er zorg wordt ingeroepen in Nederland dan wordt deze niet ingeroepen in Frankrijk. Het gaat dus primair niet om uitbreiding van zorg maar om een verschuiving in de zorg van Frankrijk naar Nederland. De kosten gemaakt in Nederland dienen in mindering te worden gebracht op de afdracht aan Frankrijk. Men kan stellen dat de regeling die per 1 mei 2010 is ingegaan wel enige uitbreiding van zorg inhoudt omdat met de invoering van de nieuwe regeling weer aanspraak kan worden gemaakt op AWBZ zorg. In de praktijk betekent deze zorg echter dat betrokkene dan ook weer in Nederland woonachtig wordt en er weinig verschil is met de oude regeling.
3.    Men kan stellen dat de zorg naar keuze in Nederland meer kost dan die in Frankrijk omdat de dekking van de basispolis groter is dan die van de CPAM. Dit zou, na verrekening volgens punt 2, inderdaad kunnen leiden tot een extra component in de verdragsbijdrage. De enquête onder onze leden heeft uitgewezen dat slechts 16% van de verdragsgerechtigden zal kiezen voor het recht om zonder tussenkomst van het orgaan van de woonplaats zorg in te roepen in Nederland indien dit leidt tot een verhoging van de verdragsbijdrage. Daarnaast geeft 86% van de respondenten aan dat men een aanvullende verzekering in Frankrijk van essentieel belang vindt; de mogelijkheid om zich naar keuze in Nederland te laten behandelen leidt dus niet tot een vermindering van een primaire oriëntatie op zorg in Frankrijk. Dit brengt ons tot de conclusie dat het recht om zonder tussenkomst van het orgaan van de woonplaats zorg in te roepen in Nederland, wanneer dit zou leiden tot verhoging van de verdragsbijdrage, een optie zou moeten zijn in de zin van een vrijwillige aanvullende verzekering.
4.    Het feit dat de EHIC voor spoedeisende hulp in Europa nu ten laste van Nederland komt betekent dat de EHIC niet meer ten laste van Frankrijk komt. Analoog aan punt 2 gaat het hier primair om een verschuiving in kosten van Frankrijk naar Nederland. De kosten gemaakt in Nederland dienen in mindering te worden gebracht op de afdracht aan Frankrijk.
5.    De invoering door Nederland van de nieuwe regeling per 1 mei 2010 betekent voor veel Nederlanders woonachtig in Frankrijk een onevenredig grotere premiedruk wanneer deze regeling tot een verhoging van de verdragsbijdrage zou leiden. Men vindt het noodzakelijk om de aanvullende verzekering (Mutuelle) aan te houden (86%) terwijl de Mutuelle niet meer uitkeert bij spoedeisende hulp buiten Frankrijk nu de EHIC niet meer via de CPAM loopt. Tevens wordt er door Nederlanders woonachtig in Frankrijk een zogenaamde autonomieverzekering afgesloten om verzekerd te zijn van enige vorm van AWBZ zorg in Frankrijk. Men kiest dan niet voor AWBZ zorg in Nederland. Wil men discriminatie van Nederlanders in Frankrijk ten opzichte van de Nederlanders in Nederland vermijden dan dient men hiermee bij de bepaling van de verdragsbijdrage rekening te houden.
6.    Ten aanzien van het in Tabel 15 van de Verzekerdenmonitor 2011 gemelde zorggebruik in Nederland resteert er nog een vraag die werd voorgelegd in het overleg van de FANF met vertegenwoordigers van het Ministerie van VWS op 27/04/2010 in Parijs. Er werd toen door de FANF naar voren gebracht dat men in Nederland gewoonlijk DBC tarieven in rekening brengt terwijl men, woonachtig in Frankrijk, bij het inroepen van zorg in Nederland zo kort mogelijk in Nederland zal willen verblijven. Daardoor zal men meestal niet het volledige DBC-traject doorlopen. Het is nog niet duidelijk of Agis nu passantentarieven bedingt, daar waar van toepassing, om de kosten van het zorggebruik in Nederland te minimaliseren.
December 2011, Namens het bestuur van de FANF, Prof. Dr. Guido F. Smoorenburg, voorzitter

En het antwoord---------------------------------!
Geachte heer Smoorenburg, beste Guido,
Graag wil ik u van mijn kant alle goeds voor het nieuwe jaar toewensen.
Wat betreft uw vraag over de - ontwikkeling van - de verdragsbijdrage het volgende.
Uitgangspunt van de betaling door verdragsgerechtigden is de premie die een verzekerde verschuldigd is wanneer die in Nederland woonachtig zou zijn; zowel wat betreft de structuur (mix van nominaal en inkomensgerelateerd) als de hoogte. Dit uitgangspunt is akkoord bevonden door het Hof van Justitie in de u bekende zaak Van Delft.
Op dit uitgangspunt is door Nederland een nuancering aangebracht om rekening te houden met het zorgniveau waarop betrokkenen aanspraak hebben. Omdat in de praktijk de meeste landen waarmee Nederland een verdragsrelatie heeft een lager zorgniveau hebben dan Nederland komt dit er op neer dat in vrijwel alle gevallen een verdragsgerechte een lagere bijdrage verschuldigd is dan het geval zou zijn als hij in Nederland zou hebben gewoond. Nadien is een wijziging in de Europese sociale zekerheidsverordening in werking getreden waarmee betrokkenen niet alleen meer aanspraak hebben op zorg in hun woonland maar ook op zorg in Nederland. De door Nederland aangebrachte nuancering van de verdragsbijdrage is daarmee ter discussie gekomen. Betrokkenen hebben nu niet langer meer minder maar juist meer aanspraken dan diegenen die in Nederland wonen. Dit zou kunnen leiden tot afschaffing van de nuancering van de verdragsbijdrage of tot een aanpassing daarvan waarbij rekening wordt gehouden met de zorgconsumptie in Nederland en de daaruit voor Nederland op grond van  de Verordening voortvloeiende financiële gevolgen. Alvorens wijziging te brengen in de bestaande opzet van de verdragsbijdrage is besloten eerst te bezien welke feitelijke gevolgen in zorggebruik voortvloeien uit de genoemde wijziging van de Verordening.  Intussen is het CVZ gevraagd voorbereidingen te  treffen voor het geval  daartoe besloten zou worden. Vastgesteld lijkt het zorggebruik in Nederland een relevante omvang te hebben gekregen. Toch wordt het van belang gevonden de zaak nog een jaar langer aan te zien om de basis waarop beslissingen zouden worden genomen (het referentietijdvak) te kunnen verbreden. In concreto betekent dit dat de in Nederland gemaakte kosten voor het jaar 2012 niet in de verdragsbijdrage worden verwerkt. Ik hoop u met deze toelichting van dienst te zijn geweest.Met vriendelijke groet,
Bert Bloemheuvel
Lid managementsteam van de directie Zorgverzekeringen


 



Voeg deze pagina toe aan je favoriete websites..
 
Banner